De basis van de gezamenlijke bodemkwaliteitskaart is het identificeren van onderscheidende gebiedskenmerken. Binnen een deelgebied wordt de bodemkwaliteit homogeen verondersteld (vergelijkbare kwaliteit). Op basis van de bodemopbouw, de gebruikshistorie, de ontwikkeling van wijken of gebieden, de geomorfologie en het huidig gebruik wordt een deelgebiedenkaart gedefinieerd.
In overleg met de gemeente Tiel en de ODR (namens de overige gemeenten in de regio Rivierenland) is voor de gebiedsindeling uitgegaan van de eerder bestuurlijk vastgestelde bodemkwaliteitskaarten. In aanvulling hierop gaan de bermen van de wegen in het buitengebied die in beheer zijn van de gemeente West Maas en Waal onderdeel vormen van de bodemkwaliteitszone van de bovengrond ‘Wegbermen buitengebied’.
De onderscheiden voorlopige deelgebieden zijn weergegeven in tabel 3.1. Er is een indeling gemaakt voor de bovengrond (vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) en de ondergrond (vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte). In deze bodemkwaliteitskaart wordt ook de bodemlaag (vanaf het maaiveld tot en met 0,25
meter diepte) ter plaatse van (voormalige) boomgaarden als voorlopig deelgebied opgenomen. Omdat deze percelen zeer verspreid en niet-aaneengesloten
voorkomen, is in overleg met de gemeente Tiel en de ODR, namens de overige gemeenten in de regio Rivierenland, afgeweken van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Omdat ruim voldoende meetgegevens met (individuele) OCB aanwezig zijn, is het niet meer noodzakelijk dat er 3 meetgegevens per niet-aaneengesloten gebied beschikbaar zijn. Op
basis van deze uitgangspunten wordt een uitspraak gedaan over de diffuse bodemkwaliteit
voor OCB. In de nota bodembeheer wordt gebiedsspecifiek beleid opgenomen voor
grondverzet op de (voormalige) boomgaarden.
De bodemkwaliteitszone van de bovengrond ‘Wegbermen buitengebied’ betreft de wegbermen in het buitengebied die in beheer zijn van de gemeenten.
Tabel 3.1 Voorlopige deelgebieden.
Omschrijving voorlopig deelgebied
Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte)
Gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe en Zaltbommel
B1. Wonen voor 1950 I
B2. Wonen voor 1950 II
B3. Wonen tussen 1950 en 1970
B4. Wonen na 1970
B5. Industrie voor 1950
B6. Industrie na 1950
B7. Buitengebied
B8. (Voormalige) boomgaarden*
B9. Wegbermen buitengebied
Gemeente West Maas en Waal
B10. Wonen
B11. Industrie
B12. Buitengebied
Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte)
Gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe en Zaltbommel
O1. Wonen voor 1950 I
O2. Wonen voor 1950 II
O3. Wonen tussen 1950 en 1970
O4. Wonen na 1970
O5. Industrie voor 1950
O6. Industrie na 1950
O7. Buitengebied
Gemeente West Maas en Waal
O8. Wonen
O9. Industrie
O10. Buitengebied
* Voor de ligging van de (voormalige) boomgaardpercelen wordt verwezen naar de website: www.topotijdreis.nl. In de periode 1945-2000 zijn bestrijdingsmiddelen gebruikt[bronvermelding 9].
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden (1/2)
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe houdende regels omtrent de bodemkwaliteitskaart