3.9.1Stappen 1, 3 en 6 (programma van eisen, gegevensverzameling en gegevensverwerking en verzamelen aanvullende informatie)
Om de bodemkwaliteitskaart te actualiseren voor PFAS-verbindingen hebben de gemeenten aanvullend bodemonderzoek 15 Bodemonderzoek PFAS-verbindingen regio Rivierenland, Documentcode: SOB011523.RAP001, 30 juli 2020. laten uitvoeren en heeft de Omgevingsdienst Rivierenland, die bodemgegevens voor de gemeenten registreert en beheert, de al beschikbare meetgegevens van PFAS-verbindingen verzameld 16 Opgeleverd door de Omgevingsdienst Rivierenland in een excelbestand d.d. 19.03.2020. . Bij het bodemonderzoek is rekening gehouden met de richtlijn die Bodem+ 17 https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grond-baggerspecie-pfas-gebruik-milieuhygienische/faq/gemeente-waterkwaliteitsbeheerder-water/ heeft aangegeven om bodemkwaliteitskaarten te actualiseren voor PFAS-verbindingen. De bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,5 meter diepte is onderzocht.
3.9.2Stappen 2 en 4 (onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in PFAS-deelgebieden)
Op basis van uitgevoerde bodemonderzoeken in de gemeenten kan worden gesteld dat in het westelijk deel van de regio Rivierenland gemiddeld gezien hogere gehalten aan PFOA worden gemeten dan in het oostelijk deel van de regio. Gesteld kan worden dat er mogelijk enige invloed is in het westen van de regio van het bedrijf DuPont/Chemours. Het verschil van de gemiddelden van de PFOA-gehalten in de bovengrond tussen het westelijke en het oostelijke deel van de regio Rivierenland is relatief klein. Alle gemiddelden van PFOA in de onderscheiden deelgebieden zijn onder de voorlopige landelijke achtergrondwaarde vastgesteld (1,9 µg/kg ds) vastgesteld. In het horizontale vlak is daarom binnen de grondgebieden van de gemeenten 1 PFAS-deelgebied onderscheiden. In het verticale vlak zijn de onderstaande bodemkwaliteitszones voor PFAS-verbindingen onderscheiden:
Bodemlaag vanaf het maaiveld tot 0,5 meter diepte.
Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot 1,0 meter diepte.
Bodemlaag vanaf 1,0 meter tot 1,5 meter diepte.
Deze bodemlagen zijn mogelijk belast met verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen als gevolg van atmosferische depositie, grondroering en uitspoeling van de bovengrond naar de onderliggende bodemlaag.
Op basis van bekende PFAS-gegevens in de gemeenten nemen de gehalten aan PFAS-verbindingen af in de diepere bodemlagen. Gezien dit gegeven is het de verwachting dat de bodemlaag dieper dan 1,5 meter van een vergelijkbare of betere kwaliteit is als de bodemlaag 1,0-1,5 m-mv.
3.9.3Stap 5 (controle indeling PFAS-deelgebieden)
Voor PFAS-verbindingen zijn verspreid over de gemeenten en per bodemlaag minimaal 30 meetgegevens beschikbaar (50-143). Hiermee wordt gebruik gemaakt van de systematiek van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten voor het uitbreiden van een bodemkwaliteitskaart met de stoffen kobalt, molybdeen en PCB. Deze systematiek mag conform het Model Beleid toepassen PFAS houdende grond[bronvermelding 12] ook voor PFAS-verbindingen worden gebruikt.
De meetgegevens van de PFAS-verbindingen zijn op dezelfde manier voorbewerkt als de andere stoffen in deze bodemkwaliteitskaart (zie § 3.3.3 en § 3.3.4). Onder de verzamelde PFAS-meetgegevens zijn geen uitbijters vastgesteld.
Op stofniveau is bekeken of er een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Op basis van ervaringen van Lievense bij andere bodemkwaliteitskaarten is de ruimtelijke clustering onderzocht wanneer PFAS-verbindingen een variatiecoëfficiënt hoger dan 1,5 hebben. Een hoge variatiecoëfficiënt is een indicatie van een mogelijke ruimtelijke clustering. Voor MeFOSA 18 Er is geen informatie bekend in welke producten de PFAS-verbinding ‘MeFOSA’ is en/of wordt gebruikt in de bodemlaag 0-0,5 m-mv, voor PFOA (lineair) 19 PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. in de bodemlaag 0,5-1,0 m-mv en voor PFOA (som én lineair) en MeFOSA in de bodemlaag 1,0-1,5 m-mv is sprake van een hoge variatiecoëfficiënt (zie bijlage 4B, kolom ‘VC’). Deze hoge variatiecoëfficiënten worden veroorzaakt door één of enkele hogere waarden. Deze hogere waarden vertonen geen clustering. De relatief hoge variatiecoëfficiënten geven daarmee geen aanleiding tot het splitsen van de PFAS-deelgebieden.
3.9.4Stappen 7 en 8 (vaststellen, karakteriseren bodemkwaliteitszones en de bodemkwaliteitskaart)
De ontgravingskwaliteit voor PFAS-verbindingen is net zoals de andere stoffen20 Het betreft de stoffen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PCB (7), PAK (10) en minerale olie. Voor de (voormalige) boomgaarden, de bodemlaag tot 0,5 meter diepte, is de bodemkwaliteitskaart ook opgesteld voor organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). gebaseerd op het gemiddelde gehalte van een bodemkwaliteitszone. De gemiddelden zijn getoetst aan de voorlopige toepassingswaarden die zijn benoemd in het geactualiseerde ‘tijdelijke handelingskader hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’[bronvermelding 3]. In tabel 3.8 zijn de bodemkwaliteitszones voor PFAS-verbindingen gekarakteriseerd. De hierin vermelde gehalten aan PFAS-verbindingen zijn vermeld met 1 decimaal, net zoals in het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. De toetsing aan de PFAS-verbindingen is een aanvullende (losse) toets ten opzichte van de toetsing op de reguliere parameters en indeling in kwaliteitsklassen. Dat betekent dat eerst de toetsing plaatsvindt op basis van de reguliere parameters en op basis daarvan een indeling in kwaliteitsklasse plaatsvindt. Vervolgens vindt de toetsing aan de voorlopige toepassingswaarden uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie plaats. Aan de hand van de aanvullende toetsing wordt vervolgens vastgesteld in hoeverre beperkingen aan de toepassing gelden, bijvoorbeeld een verbod op het toepassen onder grondwaterniveau of in oppervlaktewater. In bijlage in onder het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’ wordt hier nader op ingegaan.
Op basis van bekende PFAS-gegevens in de gemeenten nemen de gehalten aan PFAS-verbindingen af in de diepere bodemlagen. Gezien dit gegeven is het de verwachting dat de bodemlaag dieper dan 1,5 meter van een vergelijkbare of betere kwaliteit is als de bodemlaag 1,0-1,5 m-mv.
Controle saneringscriterium
In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten staat vermeld, dat voor elke bodemkwaliteitszone met een 95-percentielwaarde boven de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming een controle op het saneringscriterium nodig is. Bij een overschrijding is het niet verantwoord om zonder partijkeuring grondverzet vanuit de betreffende zone te laten plaatsvinden. Voor PFAS-verbindingen zijn er geen interventiewaarden beschikbaar maar er zijn Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV’s) voor PFOS, PFOA en
GenX21 INEV’s: PFOS: 110 µg/kg ds; PFOA: 1.100 µg/kg ds; GenX: 97 µg/kg ds. [bronvermelding 13] vastgesteld. De 95-percentielwaarden liggen zeer ruim onder de INEV’s (factor 92 tot 728). Ook liggen de 95-percentielwaarden van de PFAS-verbinding ruim onder de toepassingswaarden voor de bodemfuncties Wonen en Industrie (factor 2,10 tot 12,00).
Heterogeniteit
De heterogeniteit van de analysegegevens is berekend volgens de methodiek zoals beschreven onder het kopje “Heterogeniteit” in bijlage 1’. In de PFAS-deelgebieden is geen sterke heterogeniteit vastgesteld (bijlage 4B; kolom ‘Heterogeniteit’).
Tabel 3.8 Bodemkwaliteitszones PFAS-verbindingen, verwachte ontgravingskwaliteit PFAS-verbindingen.
PFAS-verbinding
Gemiddelde
(in µg/kg ds)
Toetsingswaarden (in µg/kg ds)
Landbouw/natuur
Wonen / Industrie
Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte #
PFOA22 PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. (som)
1,3
1,9*
7,0
PFOS23 PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim.(som)
0,5
1,4*
3,0
Maximum andere PFAS-verbindingen
0,2
1,4*
3,0
Bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 1,0 meter diepte ##
PFOA (som)
0,6
1,9*
7,0
PFOS (som)
0,2
1,4*
3,0
Maximum andere PFAS-verbindingen
0,1
1,4*
3,0
Bodemlaag vanaf 1,0 meter diepte tot en met 1,5 meter diepte ###
PFOA (som)
0,4
1,9*
7,0
PFOS (som)
0,2
1,4*
3,0
Maximum andere PFAS-verbindingen
0,1
1,4*
3,0
* Deze waarde betreft de voorlopige landelijke achtergrondwaarde[bronvermelding 3].
# De gemiddelden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. Dit leidt tot beperkingen bij de toepassing van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden én voor een aantal toepassingssituaties in oppervlaktewater (neem hiervoor contact op met de waterkwaliteitsbeheerder).
## De gemiddelden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. Dit leidt tot beperkingen bij de toepassing van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden.
### De gemiddelden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.9
PFAS-verbindingen in de bodemkwaliteitskaart
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe houdende regels omtrent de bodemkwaliteitskaart