Voor het indiceren van individuele begeleiding geldt het afwegingskader uit artikel 10.1 (psychosociale problematiek)
De omvang van de indicatie in tijd is sterk afhankelijk van individuele omstandigheden. Het ondersteuningsplan vermeldt het verwachte aantal uren per periode. Cliënt en aanbieder leggen afspraken schriftelijk vast over de mate waarin en op welk moment individuele begeleiding wordt ingezet.
Hoofdstuk 3a:
Artikel 12.