Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 15.

Kwaliteitseisen die van toepassing zijn bij Beschermd wonen in een instelling, waarvan de bewoners hun verblijf vanuit een PGB bekostigen:

Onderdeel van Beleidsregels maatwerkvoorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en voorzieningen in het kader van de Jeugdwet.

15a. Tarief beschermd wonen indicatie midden en hoog. In artikel 11, lid 9 onder f van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Almere 2018 wordt vermeld dat de hoogte van het tarief pgb beschermd wonen wordt bepaald door de indicatiestelling. Er geldt een apart tarief voor de indicatiestelling beschermd wonen midden en beschermd wonen hoog. De indicatie beschermd wonen midden of hoog wordt bepaald aan de hand van de volgende criteria: BW-Midden Cliënten hebben een (complexe) psychiatrische aandoening en ondervinden daar in het dagelijks leven beperkingen van. Er is zorg, begeleiding, bescherming en stabiliteit nodig in een veilige en weinig eisende woonomgeving. Deze intensieve zorg en begeleiding is gericht op het omgaan met deze beperkingen (cognitief en psychisch), het beheersbaar houden van gedragsproblematiek en is continue aanwezig. De cliënten hebben ten aanzien van hun sociale redzaamheid in het algemeen dagelijks leven intensieve begeleiding nodig. Er zijn forse beperkingen bij het onderhouden van sociale relaties en het invullen van de dag. Er zijn forse beperkingen in de vaardigheden die nodig zijn voor het oplossen van problemen, het nemen van besluiten en bij het uitvoeren van eenvoudige en wat complexere taken. Begeleiding is nodig bij beheren van geld en verrichten van administratieve handelingen. Cliënten reizen doorgaans met begeleiding. BW-Hoog Cliënten hebben een actieve (complexe) psychiatrische aandoening, vaak in combinatie met een ernstig gedragsproblematiek, somatische aandoening, lichamelijke handicap, verstandelijke beperking en/of verslaving. Cliënten zijn beperkt gevoelig voor correctie, hebben geen inzicht in hun eigen aandeel bij interactie problemen en er is een relatief beperkt leervermogen. Er is sprake van verbaal agressief gedrag, manipulatie, dwangmatig, destructief en reactief gedrag met betrekking tot interactie. Er is zeer intensieve zorg, begeleiding, bescherming en stabiliteit nodig in een veilige en weinig eisende woonomgeving (gecontroleerde in- en uitgang). Deze intensieve zorg en begeleiding is gericht op het overnemen van taken op alle levensterreinen, het leren omgaan waar mogelijk met de beperkingen (cognitief en psychisch), het beheersbaar houden van gedragsproblematiek en is continue aanwezig. De cliënten hebben ten aanzien van hun sociale redzaamheid in het algemeen dagelijks leven intensieve begeleiding nodig. Cliënten zijn nauwelijks in staat om sociale relaties te onderhouden en invulling te geven aan de dag. Er ontbreken vaardigheden die nodig zijn voor het oplossen van problemen, het nemen van besluiten en bij het uitvoeren van eenvoudige en wat complexere taken. Het aanleren van deze vaardigheden is bijna niet mogelijk. Begeleiding en/of overnemen van het beheren van geld en verrichten van administratieve handelingen is nodig. Cliënten reizen met begeleiding. 15b. Kwaliteit: De instelling borgt dat gedurende het beschermd wonen de doelen geformuleerd in het zorgplan van de cliënt worden nagestreefd; het zorgplan bevat o.a. een crisissignaleringsplan. De instelling voert ondersteuning uit met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt; De instelling gaat waar mogelijk uit van de zelfredzaamheid en het zelf oplossend vermogen van de cliënt. De instelling biedt 24 uurs toezicht en begeleiding. De instelling beschikt over een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling welke is beschreven en wordt nageleefd conform de Wet Verplichte Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. De instelling draagt er zorg voor dat zijn personeel kennis heeft van de meldcode en deze in voorkomende gevallen gebruikt. 15c. Afstemming met de cliënt: De instelling informeert de cliënt bij aanvang van het beschermd wonen over zaken zoals de klachtenregeling en de vertrouwenspersoon; De instelling toont aan op welke wijze zij zoveel mogelijk werkt met vast contactpersonen voor de cliënt voor de duur van het traject (professioneel of ervaringsdeskundige); De instelling stelt begeleidingsplannen en ondersteuningsplannen op; De instelling draagt zorg voor continuïteit van de ondersteuning in geval van bijvoorbeeld ziekte en vakantie. Deze continuïteit zal de instelling vormgeven in overleg met de gemeente Almere en met inachtneming van de eisen die de gemeente Almere aan de hulpverlening stelt voor die bepaalde locatie. 15d. Klachtenprocedure: De instelling beschikt over een protocol klachtenprocedure en dient aan te geven op welke wijze zijn organisatie omgaat met klachtenafhandeling; Klachten over de (dienstverlening van de) instelling worden afgehandeld door de instelling. Hiertoe beschikt deze over een eigen klachtenregeling (inclusief klachtenregistratie) conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg. Onder een klacht wordt verstaan een schriftelijke of mondelinge uiting van ongenoegen over de wijze waarop een organisatie, dan wel een personeelslid daarvan, zich in een bepaalde aangelegenheid jegens een natuurlijke of rechtspersoon heeft gedragen. 15e. Locatie: De instelling zorgt voor een locatie die veilig is. Hieronder wordt verstaan de lichamelijke veiligheid en integriteit én geestelijke veiligheid en integriteit van de cliënt; Het verblijf is passend voor cliënt; Zit-/slaapvoorzieningen worden aangepast aan de zorgbehoefte van de cliënt (bijvoorbeeld hoog/laagbed, etc.); De locatie waar het aanbod plaatsvindt, voldoet aan alle wettelijke eisen; Er is een rolstoeltoegankelijke douche/toiletvoorzieningen aanwezig indien relevant voor de cliënt; • Er is alarmering op woonvoorziening aanwezig indien relevant voor de cliënt. 15f. Doorverwijzing: De instelling draagt zorg voor een goede samenwerking met de professionals in de Sociale wijkteams, de Centrale Toegang GGD en andere relevante actoren om bij te dragen aan het effectief opereren van de centrale toegang. Bij uitstroom zorgt de instelling voor een warme overdracht aan het lokale wijkteam. 15g. Medewerkers Het in te zetten personeel van de instelling, dat beroepsmatig in contact kan komen met cliënten, beschikt over een Verklaring Omtrent Gedrag die niet ouder is dan 12 maanden voorafgaand aan het in dienst treden van de werknemer; Werknemers van de instelling zijn cultuursensitief: bij de bejegening van cliënten, behandeling en/of in te zetten methodieken wordt rekening gehouden met de religieuze en/of culturele achtergrond van de cliënt; De instelling beschikt over een beleid waarin is vastgelegd wat de positie is van de vrijwilligers binnen de organisatie. Hierin komen tenminste de volgende aspecten naar voren: De vrijwilliger overlegt een Verklaring omtrent Gedrag (VOG) niet ouder dan 12 maanden voorafgaand aan de start van het vrijwilligerswerk; De wijze waarop de instelling vrijwilligers inzet (type werkzaamheden); De wijze waarop de instelling zorg draagt dat vrijwilligers worden opgeleid en ondersteund bij het uitvoeren van de werkzaamheden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel