Het eerste en tweede lid onder a en b van dit artikel zijn gelijk aan onderdelen van artikel 8 van de
Verordening maatschappelijke ondersteuning Almere 2018. Het derde lid van dit artikel is gelijk artikel 4g van de Verordening jeugdhulp gemeente ALMERE 2018. Deze zijn opgenomen met als doel in deze Beleidsregels een zo volledig mogelijk beeld te geven van de toetsingscriteria en het afwegingskader.
Maatwerkvoorzieningen op het gebied van zelfredzaamheid en participatie
een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
een cliënt komt alleen in aanmerking voor een maatwerkvoorziening als:
de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was, en
de voorziening voorzienbaar was, maar van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt.
Als een maatvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, :
tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen;
tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of
als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.
Maatwerkvoorzieningen in de vorm van Ondersteuningsarrangementen
Het college kan maatwerkvoorzieningen verstrekken in de vorm van één van de volgende samenhangende ondersteuningsarrangementen:
Ondersteuningsarrangement voor personen met ondersteuningsvragen als gevolg van psychosociale problematiek of van (een vermoeden van) psychische problematiek
Ondersteuningsarrangementen gericht op personen met ondersteuningsvragen als gevolg van een (vermoeden van een) licht verstandelijke beperking
Ondersteuningsarrangementen gericht op personen met ondersteuningsvragen als gevolg van cognitieve achteruitgang en of (een vermoeden) van dementie (psychogeriatrische problematiek)
Ondersteuningsarrangementen gericht op personen met ondersteuningsvragen als gevolg van lichamelijke achteruitgang (mogelijk door een lichamelijke beperking, neurologische aandoening, een chronische ziekte of NAH).
Ondersteuningsarrangement voor personen met ondersteuningsvragen als gevolg van een zintuigelijke beperking (zonder co morbiditeit)
Ondersteuningsarrangementen Beschermd wonen (midden en hoog)
Ondersteuningsarrangement Beschut wonen.
Elk ondersteuningsarrangement bestaat uit één of meerdere pakketten, waarbij de ondersteuning per pakket toeneemt.
Maatwerkvoorzieningen op het gebied van beschermd wonen of opvang.
Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen.
De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
Specifieke criteria voor het verlenen van de maatwerkvoorziening ‘beschermd wonen’ zijn:
cliënt is 18 jaar of ouder;
24 uurs toezicht en begeleiding is noodzakelijk;
cliënt is bij aanmelding gediagnosticeerd met een psychiatrisch ziektebeeld;
de psychiatrische diagnose is gesteld en ondertekend door een daartoe bevoegde professional.
Maatwerkvoorzieningen voor jeugdigen.
Een cliënt komt in aanmerking voor een individuele voorziening ter compensatie van de problemen die zich kunnen voordoen bij jeugdigen,
indien andere mogelijkheden om het opvoed- of opgroeiprobleem op te lossen of draagbaar te maken voor de jeugdige en zijn omgeving, zijn uitgeput. Deze problemen kunnen zich voordoen ten gevolge van (vermoedelijke) onveiligheid, of een (vermoedelijke) psychische stoornis, of een licht verstandelijke beperking;
indien het eigen netwerk en de cliënt instemt met de individuele voorziening. In uitzonderlijke gevallen kan de individuele voorziening beargumenteerd zonder die instemming worden ingezet;
indien er sprake is van een (wettelijk vereist) hulpplan waarvan de doelen en duur bij alle betrokkenen bekend zijn. Onderdeel van dit hulpplan is een plan van aanpak voor na het hulptraject (nazorg-plan). Data voor start en einde zorg zijn duidelijk voor de cliënt.
Een individuele voorziening wordt ook ingezet als er sprake is van een acute onveilige situatie, of wanneer de jeugdige naar inzicht van het College ernstig in zijn/haar ontwikkeling wordt bedreigd.
Een individuele voorziening kan tevens worden ingezet als onderdeel van een jeugdbeschermingsmaatregel door een daartoe gecertificeerde instelling als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Jeugdwet.
Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening.
Maatwerkvoorzieningen en schuldenproblematiek
Op basis van artikel 3.8, lid 4, sub g Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 kan vrijstelling worden gegeven aan cliënten die tijdelijk niet beschikken over voldoende vrij besteedbaar inkomen om aan de betalingsverplichting inzake de eigen bijdrage te voldoen. De gemeente stelt dit op volgende wijze vast:
er is sprake van schulden problematiek én
cliënt kan geen beroep doen op de vergoeding van de eigen bijdrage via de aanvullende zorgverzekering én
cliënt werkt mee aan een traject “Ondersteuning schuldenstabilisatie (OSS)” of “Schulddienstverlening” (SDV: minnelijke of wettelijke schuldregeling) én
er is door de betrokken schulddienstverlener/maatwerker OSS schriftelijk vastgesteld dat er niet voldoende vrij besteedbaar inkomen is om de eigen bijdrage te voldoen.
Hoofdstuk 2:
Artikel 2.