1. Beschikbare geldmiddelen zijn geldmiddelen waarover de aanvrager beschikt of redelijkerwijs kan beschikken.
2. Het betreft de beschikbare geldmiddelen van de aanvrager en de partner van de aanvrager.
3. Onder beschikbare geldmiddelen wordt verstaan:
a. contant geld;
b. geld op betaal- en spaarrekeningen;
c. cryptovaluta (zoals bitcoins);
d. de waarde van effecten (hierbij gaat het om beleggingsrekeningen met aandelen, obligaties, en opties en effecten in depot).
e. middelen boven de vermogensgrens genoemd in art. 34 lid 2 b Participatie wet indien de aanvrager werknemer is.
f. middelen boven de in artikel 3 lid 1 sub b Bbz 2004 genoemde vermogensgrens van € 47.041,00 indien de aanvragen zelfstandig ondernemer is zoals omschreven in artikel 2 lid 1 van de AMvB TOZO.
Artikel 10
Beschikbare geldmiddelen
Onderdeel van Beleidsregels Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK)