De last onder dwangsom is een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding. Tevens houdt het de verplichting in tot betaling van een geldsom als de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Het opleggen van een last onder dwangsom is een middel om de overtreder te bewegen de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden. Verbeuren van de dwangsom kan worden voorkomen door de overtreding op te heffen of herhaling te voorkomen.
Het opleggen van een last onder dwangsom is het enige instrument ten aanzien van personen. Een last onder bestuursdwang kan niet worden opgelegd ten aanzien van personen die artikel 2:74 van de APV overtreden.
Bij het opleggen van de dwangsom is gekozen voor het betalen van het bedrag ineens, omdat het een overtreding betreft die eenmalig is en direct dient te worden beëindigd.
De eerste constatering wordt een last onder dwangsom opgelegd van € 5.000,-. Bij elke daarop volgende constatering wordt een dwangsom gesteld op telkens € 5.000,- automatisch verbeurd per constatering met een maximum van € 50.000,-
Het bedrag is een prikkel om de overtreding te beëindigen of om herhaling te voorkomen. Indien gelet op het feit dat de dwangsom niet heeft geleid tot voorkomen van herhaling, is gekozen om het bedrag stapsgewijs te verhogen, zodat het een zodanige prikkel vormt om herhaling te voorkomen.