**1..** Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs, zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs bezoekt, van wie het inkomen tezamen meer bedraagt dan € 27.000,- wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 52 bepaalde afstand te boven gaan.
**2..** Indien het college toepassing geeft aan artikel 45, eerste lid, verlangt zij van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten hoogste het bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer. Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de aanspraak op de vervoersvoorziening vervallen.
**3..** In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 52 bepaalde afstand, indien het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 27.000,-.
**4..** De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, worden vastgesteld op € 502,-. Dit bedrag wordt jaarlijks op 1 april aangepast met de wijziging die het indexcijfer voor de gezinsconsumptie heeft ondergaan ten opzichte van het voorgaande jaar.
**5..** Het bedrag van € 27.000,- genoemd in het eerste en derde lid, wordt jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en derde lid genoemde bedrag van € 27.000,-.
**6..** Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens hun structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege een zodanige handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken.
**7..** Deze bepaling is niet van toepassing op pleegouders en voogdijinstellingen.
Hoofdstuk 5: › Paragraaf 5.2
Artikel 56.