4.1. Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening aanwezig of in uitvoering is dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van de verordening, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
gedeeltelijk wordt vernieuwd of veranderd;
na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag, waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
Burgemeester en wethouders kunnen éénmalig bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1, onder 1, voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 4.1, onder 1, met maximaal 10%.
Het bepaalde in lid 4.1, onder 1, is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening, maar zijn gebouwd in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
4.2. Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van gronden en bouwwerken, dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden de met de beheersverordening strijdige gebruik, bedoeld in lid 4.2, onder 1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omgeving wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in lid 4.2, onder 1, na het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening voor een periode langer dan één jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het bepaalde in lid 4.2, onder 1, is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met de voorheen geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Hoofdstuk 3.
Artikel 4.
Overgangsrecht
Onderdeel van Paraplubeheersverordening parkeernormering gemeente Vlissingen