Het voeren van commerciële reclame aan gevels is vergunningsvrij voor de omgevingsvergunningsactiviteit reclame wanneer voldaan wordt aan onderstaande nadere regels;
Begripsomschrijvingen:
Buitenreclame: alle vanaf de openbare weg zichtbare reclame.
Reclame: het openbaar aanprijzen van producten, (bedrijfs)gebouwen, diensten en namen door middel van (verlichte) opschriften, logo’s, afbeeldingen en schermen met naar buiten tredend licht.
Bouwwerk: een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart.
Bedrijf: De term bedrijf wordt in dit beleid gebruikt voor alle ondernemingen, instellingen en andere organisaties (met of zonder winstoogmerk).
Gebieden met een Hoge beeldregie: gebieden zoals aangegeven op de Welstandskaart .
Uitstalling: een los voorwerp geplaatst op de openbare weg voor een (on)roerende zaak, dat een onmiskenbare relatie heeft met de bedrijfsactiviteiten van het in de (on)roerende zaak gevestigd bedrijf.
Raamsticker: een reclame-uiting welke aan de binnenzijde van een raam wordt geplakt.
Uitgangspunten:
Reclames moeten bescheiden worden toegepast en moeten een eenheid vormen met de architectuur van de (on)roerende zaak.
De reclame heeft een directe relatie met de activiteit die in de (on)roerende zaak wordt uitgevoerd.
Voor bedrijfsverzamelgebouwen en overdekte winkelcentra geldt dat de namen van de verschillende bedrijven moeten worden aangebracht op gemeenschappelijke reclamedrager(s).
Reclame mag alleen worden aangebracht op de bedrijfsgevel en niet op de gevel van bijvoorbeeld een bovengelegen woning (tenzij het een banier betreft).
Het gevelvlak tussen de begane grond en de eerste verdieping mag, om een visuele scheiding tussen de bouwlagen te voorkomen, niet helemaal bedekt worden met reclame.
De reclame is zodanig dat de verkeersveiligheid niet in gevaar wordt gebracht of dat ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.
Hinder door geluid voor omliggende (on)roerende zaken is niet toegestaan. Wie in een (on)roerende zaak met buitenreclame woont of werkt, danwel omwonenden die in de nabijheid van het reclameobject wonen mogen daar geen overlast van ondervinden. Om dit punt objectief te kunnen bepalen wordt verwezen naar de geluidsnormen zoals opgenomen in het omgevingsplan. Enige andere vorm van hinder of overlast veroorzaakt door het reclameobject is niet toegestaan.
Per (on)roerende zaak is de volgende reclame toegestaan:
maximaal één evenwijdig aan de gevel aangebrachte reclame die voldoet aan de volgende voorwaarden:
geplaatst in de zone tussen begane grond en onderkant kozijn van de eerste verdieping en minimaal 50 cm uit de zijkant of hoek van het gebouw
binnen het gebied met een hoge beeldregie mag de reclame alleen bestaan uit losse letters en/of een logo.
maximaal één haaks op de gevel geplaatste reclame die bestaat uit en voldoet aan:
een uithangbord met de maximale afmeting van 0,5m2; of
een banier die maximaal 70 cm uit de gevel steekt en een maximale afmeting van 1,0 m2.
Naast reclame uit sub 1 en 2 is de volgende reclame toegestaan:
raamstickers tot maximaal 10 % van de glasoppervlakte van de totale gevel, waarbij de raamsticker(s) minimaal 150 mm afstand tot het kozijn heeft of hebben en deze aan de binnenzijde van het raam of ramen wordt of worden aangebracht.
één vlag, met een maximale stoklengte van 1 meter en een maximale afmeting van 0,5 m2.
een naambord bij een bedrijf, niet zijnde detailhandel, met een maximaal oppervlakte van 0,5 m2.
Voor de reclame uit sub 2 en sub 3 onderdelen i en ii geldt dat de vrije hoogte (tussen maaiveld en onderzijde reclame) zodanig is dat de weggebruiker geen hinder van de reclame ondervindt.
Een lichtreclame voldoet aan de richtlijnen ter voorkoming van lichthinder die de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde heeft opgesteld.
Een lichtreclame moet tussen 23.00 en 07.00 uur uitgeschakeld zijn, met uitzondering van lichtreclames voor horecabedrijven.
Schermen met uittredende verlichting moeten altijd dimbaar zijn. Beelden mogen overvloeiende effecten kennen met een frequentie niet lager dan 6 seconden.
Uitgezonderd van deze Nadere regels zijn:
reclames waarvoor een omgevingsvergunning nodig is voor de omgevingsplanactiviteit bouwen, gebouwen die in het omgevingsplan zijn aangemerkt als bouwwerk dat cultuurhistorisch waardevol is of bouwwerken die zijn aangewezen als landelijk, provinciaal of gemeentelijk monument dan wel daarvoor voorbescherming hebben;
reclames die aangemerkt worden als een uitstalling in de zin van de beleidsregel Uitstallingen in de openbare ruimte van de Gemeente Enschede.
Mogelijkheid tot afwijking:
Op grond van een aanvraag met gemotiveerd verzoek kan het college, op grond van onder meer de specifieke situatie van het pand, de transparantie van een reclame-uiting of de vorm ervan, afwijken van deze Nadere regels door het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit reclame.
Artikel 3.2.4.
Handelsreclame (vergunningvrij)
Onderdeel van Nadere regels voeren van handelsreclame bij, op of aan een (on)roerende zaak in Enschede