Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Inrichting van terrassen in de overige 3 gebieden

Onderdeel van Nadere regels terrassen bij horecabedrijven

1.. Op het terras mogen uitsluitend tafels, stoelen, mobiele debrasseertafels, terrasverwarmers en -koelers, windschermen, parasols, mobiele bloembakken als afscheiding en menuborden geplaatst worden. 2.. Voor de bloembakken geldt dat deze uitsluitend geplaatst mogen worden indien zij handmatig verplaatsbaar zijn en een maximale hoogte van 1 meter en een maximale breedte van 0.5 meter hebben. 3.. Voor menuborden geldt dat per horecapand één menubord geplaatst mag worden met een maximale hoogte van 1,5 meter en een breedte van maximaal 0.50 meter. 4.. De objecten, zoals genoemd in lid 1, dienen op deugdelijke wijze te worden geplaatst en opgeslagen zodat geen gevaarzetting en overlast kan optreden. 5.. Het is verboden om op objecten op het terras reclame te plaatsen met uitzondering van windschermen en parasols, waarop uitsluitend de bedrijfsnaam en/of het bedrijfslogo vermeld mag worden. 6.. Vlonders mogen alleen worden geplaatst als daarvoor ontheffing is verleend . 7.. Windschermen mogen worden geplaatst voor zover zij niet vast met de gevel van het horecabedrijf of de grond verankerd zijn. 8.. Het is niet toegestaan objecten zoals genoemd in lid 1 in de grond te verankeren. 9.. In afwijking van lid 7 en 8 kan de burgemeester bepalen dat objecten op het terras in de verharding moeten worden verankerd in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid en/of de verkeersveiligheid. 10.. In afwijking van lid 1 is het tijdens evenementen toegestaan om op het terras een buitenbar geplaatst te hebben. Voorwaarde is dat daarvoor door de burgemeester een ontheffing op basis van de Drank- en horecawet is verleend, waarin is opgenomen dat één buitenbar geplaatst mag worden voor het betreffende horecabedrijf.

Rechtspraak bij dit artikel