Het niet voldoen aan de voorschriften uit afdeling 12 APV Delft en de artikelen 437 en 437bis Sr betekent niet direct dat sprake is van heling. Het betekent wel dat een handelaar nalatig is in zijn plicht om heling actief tegen te gaan. Het (herhaaldelijk) niet naleven van deze voorschriften levert de aanmerkelijke kans op dat er heling plaatsvindt, hetgeen een inbreuk op de openbare orde oplevert.
Op het niet voldoen aan deze voorschriften volgt daarom in beginsel een bestuurlijke waarschuwing. De handelaar krijgt daarbij de ruimte om zijn gedrag aan te passen en maatregelen te nemen. Het hangt van de ernst van de overtredingen af hoeveel waarschuwingen er worden gegeven, voor er daadwerkelijk wordt overgegaan tot het opleggen van een bestuurlijke maatregel: een last onder dwangsom.
De burgemeester rekent het een handelaar bijvoorbeeld zwaarder aan wanneer hij vermoedens van een strafbaar feit niet meldt, dan wanneer hij zijn in- en/of verkoopregister niet (volledig) heeft bijgehouden. Ook rekent de burgemeester het een handelaar zwaar aan, indien hij een toezichthouder geen medewerking verleent bij het controleren van het in- en/of verkoopregister. Immers, heling kan alleen voorkomen worden als handelaren en toezichthouders daarbij samenwerken.
Wordt geen medewerking verleend aan een toezichthouder, volgt een bestuurlijke waarschuwing, waarna bij een tweede constatering een last onder dwangsom volgt en bij een derde constatering een sluiting voor de duur van drie maanden.
Hetzelfde geldt voor het onder zich houden van een goed korter dan de vereiste zeven dagen of voor het niet naleven van een last van de toezichthouder om een verdacht goed voor een bepaalde periode onder zich te houden dan wel een andere aanwijzing gegeven bij die last. Een handelaar die zich hier niet aan houdt, geeft toezichthouders onvoldoende ruimte om strafbare feiten te constateren. In deze situaties waarschuwt de burgemeester daarom slechts eenmalig.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.3