**1..** Het besluit tot het instellen van een onderzoek bevat een omschrijving van het onderwerp van onderzoek, een toelichting alsmede een globale raming van de kosten. Deze omschrijving kan hangende het onderzoek, al dan niet op verzoek van de commissie die het onderzoek verricht, door de gemeenteraad worden gewijzigd.
**2..** De uitvoering van dit besluit wordt opgedragen aan een daartoe voor dit onderzoek in te stellen tijdelijke commissie.
**3..** De door de raad voor het onderzoek ingestelde tijdelijke commissie bestaat uit ten minste drie en ten hoogste vijf raadsleden. De leden van de commissie kunnen plaatsvervangend raadsleden ten behoeve van de tijdelijke commissie voordragen, die door de raad als zodanig benoemd worden.
**4..** De commissie wijst uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan, beiden niet zijnde plaatsvervangend leden.
**5..** De raad wijst, op voorstel van de griffier, de secretaris van de commissie aan.
**6..** De commissie kan geen van de bevoegdheden, haar bij deze verordening of Gemeentewet verleend, uitoefenen, indien niet ten minste drie van haar leden of als zodanig optredende plaatsvervangende leden tegenwoordig zijn.
**7..** De bevoegdheden en de werkzaamheden van de commissie worden niet geschorst door het aftreden van de gemeenteraad. De nieuw geïnstalleerde gemeenteraad vervult zo spoedig mogelijk de door het aftreden van leden en plaatsvervangers ontstane vacatures in de commissie.
**8..** De leden van de tijdelijke commissie en hun plaatsvervangers ontvangen voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage, die per jaar driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers bedraagt.
**9..** Conform artikel 155f Gemeentewet worden de kosten van het onderzoek, die door de raad geraamd zijn, door het College opgenomen in de relevante begroting of begrotingswijziging.