**1..** Het (mobiele) verwarmingstoestel moet zo zijn geplaatst dat zij niet gemakkelijk kan worden omgestoten of aangereden en moet zo nodig tegen mechanische beschadiging zijn beschermd.
**2..** Het (mobiele) verwarmingstoestel moet zodanig zijn geplaatst en uitgevoerd en er moet zo nodig een doelmatig bescherming zijn aangebracht dat geen brandgevaar wordt veroorzaakt door het toestel.
**3..** Uiteraard is een mobiel verwarmingstoestel in die omgeving van brandgevaarlijke materialen niet toegestaan. Er dienen zodanige maatregelen getroffen te worden, bijvoorbeeld door het verplaatsen van de installatie of het aanbrengen van een isolerende laag, dat de brandbare materialen niet hun eigen ontbrandingstemperatuur zullen bereiken.
**4..** Tussen gasfles en (mobiel) verwarmingstoestel moet de verbinding bestaan uit een metalen leiding uit een goedgekeurde GIVEG-slang van maximaal 1 meter lengte.
**5..** De slang van een gastoestel naar een (mobiel) verwarmingstoestel moet in een goede staat verkeren, mogen niet uitgedroogd zijn of andere beschadigingen vertonen en niet ouder dan 2 jaar zijn.
**6..** De gasdrukregelaar van een gasfles moet een door Lloyd’s Register goedgekeurd type zijn en niet ouder dan 5 jaar zijn.
**7..** Gasflessen mogen slechts tot 80% worden gevuld. Men mag in een omtrek van 3 meter van een rioolput geen gasfles plaatsen.
Artikel 12
Mobiele verwarmingstoestellen
Onderdeel van Beleidsregel terrassen gemeente Zevenaar 2021