Naar hoofdinhoud
1.. Bekostiging wordt met inachtneming van de beleidsregel uitsluitend onder de volgende voorwaarden verleend: Het schoolbestuur of de instelling stelt zich blijkens de statuten of reglementen ten doel de werkzaamheden te verrichten als bedoeld in afdeling 10 WPO en artikel 1.50a en b WKO; De voorschool dient door de gemeente opgenomen te zijn in het landelijk register kinderopvang als aanbieder van voorschoolse educatie; De voorschool beschikt over een actueel pedagogisch beleidsplan waarin expliciet aandacht wordt besteed aan de voorschoolse educatie. De voorschool werkt met een door de overheid erkend programma voor voorschoolse educatie. Op voor hand voldoen de programma’s Kaleidoscoop en Startblokken; De voorschool stelt een groep samen van minimaal 12 en maximaal 16 doelgroepkinderen, die onder leiding staat van twee pedagogisch medewerkers. De voorschool biedt elke peuter van 2½ tot 4 jaar het wettelijk verplichte aanbod van 960 uur voorschoolse educatie; De voorschool werkt mee aan het jaarlijks vast te stellen scholingsplan en volgt het advies van het college op om de pedagogisch medewerkers of coaches in het werkveld op een bepaalde wijze te professionaliseren, conform het jaarlijkse scholingsplan opgesteld door de coördinator VVE; De voorschool voert het programma en het daarmee verbonden educatieve handelen van de voorschoolse educatie op kwalitatief verantwoorde wijze in een kwalitatief verantwoord pedagogisch klimaat uit; De voorschool hanteert voor de registratie van de vaardigheden van de peuters het ontwikkelingsvolgsysteem zeer jonge kinderen (Hogeschool Utrecht); De voorschool zorgt ervoor dat bij de ontwikkeling, begeleiding en zorg binnen de groep opbrengstgericht wordt gewerkt om uitvoering te geven aan het voorschoolse educatieve programma; De voorschool zorgt voor de ontwikkeling, begeleiding en zorg in de bredere zorgketen van peuters die extra zorg behoeven. Peuters die de groepsdynamiek verstoren, worden verwezen naar het CJG en kunnen worden geweigerd of verwijderd; De voorschool voert een systeem van kwaliteitszorg door de kwaliteit, de resultaten, het planmatig werken aan verbetermaatregelen regelmatig te evalueren en te borgen; De voorschool spant zich aantoonbaar in voor het verkrijgen van een doorgaande ontwikkelings- en leerlijn met de scholen; De voorschool voert een concreet beleid om zoveel mogelijk kinderen te laten doorstromen naar een school waarmee wordt samengewerkt; De voorschool zorgt met het overdrachtsformulier voor een warme overdracht van de vaardigheden van de peuter aan de school en gebruikt het overdrachtsformulier tevens voor een exitgesprek met de ouders; De voorschool informeert de school actief over het gebruikte voorschoolse educatieve programma en over de duur van deelname aan het programma door de peuter; De voorschool voert een gericht ouderbeleid; De voorschool is organisatorisch stabiel en zorgt voor een adequaat ingerichte accommodatie. Medegebruik is mogelijk als dit de structuur en de ordening van de voorschool niet doorkruist en de kosten voor huur, inventaris en speelgoed naar rato van het urengebruik worden toegerekend; De voorschool aanvaardt de coördinatie, begeleiding, monitoring en evaluatie van een door de gemeente aangewezen coördinator voorschoolse educatie; De voorschool registreert bij aanmelding dat het een doelgroepkind betreft en werkt mee aan de afspraken rond toeleiding; Het schoolbestuur is verplicht de ouderbijdrage te heffen en te innen overeenkomstig artikel 5, vijfde en zesde lid; De voorschool levert op verzoek van het college gegevens aan betreffende de bezetting van de groepen, de herkomst van de peuters en de uitstroom naar de scholen; De voorschool meet jaarlijks op basis van de observaties van het ontwikkelingsvolgmodel zeer jonge kind de resultaten van de peuters en levert die aan bij het college of de organisatie die voor haar de monitor uitvoert, conform hoofdstuk 7 van de beleidsregel. 2.. Het college kan naast de in het eerste lid bedoelde criteria van het schoolbestuur verlangen een locatieplan in te dienen waarin in ieder geval wordt aangegeven hoe tegemoet wordt gekomen aan de bevindingen uit het kwaliteitsrapport van de inspectie van het onderwijs en/of de bevindingen van een in opdracht van de gemeente uitgevoerde borgingsvisitatie. 3.. Het college kan bovenstaande criteria nader invullen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel