Wat te doen als kinderen met ernstige sociaal-emotionele of gedragsproblemen en zelfs stoornissen worden aangemeld, of als deze zich tijdens het verblijf op de voorschool openbaren? Er ontstaat dan bij de pedagogisch medewerkers handelingsverlegenheid. Het educatieve programma is niet voor deze categorie peuters bedoeld en niet ingericht op hun ondersteuningsbehoefte. Ook zijn de pedagogisch medewerkers er niet voor opgeleid om deze peuters op de juiste wijze te stimuleren.
Ontbreken algemene ontwikkelingsvoorwaarden
Indien algemene ontwikkelingsvoorwaarden ontbreken, geldt de beslissing: niet toelaten. Tekortschietende algemene ontwikkelingsvoorwaarden zijn:
Het kind is een bedreiging voor zichzelf of anderen (b.v. fysiek geweld, zelf verwondend gedrag)
Het kind is overmatig ontvankelijk voor het aangaan van conflicten
Het kind vertoont voortdurend storend gedrag ten aanzien van het ontwikkelingsproces van de groepsgenootjes.
Het kind heeft problemen in de interactie met de pedagogisch medewerkers, b.v. overmatige afhankelijkheid, problemen met autoriteit, recalcitrantie.
Het kind heeft lichamelijke en zintuiglijke stoornissen, die zodanig veel aandacht vragen, dat ze het ontwikkelingsproces van de andere kinderen in de groep beïnvloeden.
het kind heeft een verstandelijke beperking of ernstige taal- en spraakmoeilijkheden.
Zijn er signalen, die wijzen op beperkingen of stoornissen, dan is nader onderzoek nodig. Ouders moeten daarvoor toestemming geven. Een indicatie voor VVE wordt niet afgegeven. De beperking of stoornis moet eerst behandeld worden. Pas als deze beheersbaar is en de peuter de leeftijd van vier jaar nog niet heeft bereikt, kan alsnog een indicatie VVE worden afgegeven.
2.3.1. Signalering hulpvragen
Voorschool
De ontwikkeling van de peuters in de voorschool wordt gevolgd met het ontwikkelingsvolgmodel zeer jonge kinderen (OVM). Als de pedagogisch medewerker afwijkingen ziet in de ontwikkeling of het gedrag van de peuter kan de coach in het werkveld observaties uitvoeren om een goed beeld te krijgen van de peuter. De zorgen worden besproken met de ouders. Heeft de kinderopvangorganisatie een eigen orthopedagoog in dienst dan kan ook op deze professional een beroep worden gedaan. Doel is om de pedagogisch medewerker instrumenten aan te reiken waarmee zij de peuter kan begeleiden, zodat het voorschoolse educatieve programma beter kan worden doorlopen. Afspraken worden vast gelegd en de pedagogisch medewerker gaat handelingsgericht aan de slag.
Aan iedere voorschool is een vaste jeugdverpleegkundige gekoppeld die geconsulteerd kan worden. Zij kan collegae van het Centrum voor Jeugd en Gezin inschakelen als de ouders daarmee instemmen.
Is de peuter 3,5 jaar en aangemeld bij een basisschool, dan kan het samenwerkingsverband Weer Samen naar School ingeschakeld worden. Samen wordt gekeken wat nodig is om de overgang naar groep 1 zo soepel mogelijk te laten verlopen.
Inschakelen van externe deskundigen kan alleen met toestemming van ouders.
Vroegschool (4- tot 6-jarigen van de basisschool)
Alle basisscholen gebruiken een leerlingvolgsysteem waarin de ontwikkeling van de leerlingen wordt gevolgd. Een leerkracht signaleert op basis van observaties. De aan de basisschool verbonden leerkracht voert overleg met de intern begeleider (ib-er) als er zorgen zijn over een leerling. Samen bespreken zij de vervolgstappen. De zorgen en aanpak worden ook met ouders besproken.
De bevindingen kunnen aanleiding zijn om een externe deskundige in te schakelen voor observatie of meedenken. Dit gebeurt altijd in overleg met de ouders. De vroegscholen verbonden aan de basisscholen kunnen een beroep doen op de gedragswetenschapper van het samenwerkingsverband Weer Samen naar School. Vanuit het samenwerkingsverband kan aanvullend onderzoek worden verricht of begeleiding voor de leerling worden geregeld. Ook kan de school een beroep doen op de jeugdverpleegkundige, -arts of een pedagoog van het Centrum voor Jeugd en Gezin. Ouders geven altijd toestemming voor het betrekken van extern deskundigen en zijn betrokken bij de gesprekken.
2.3.2. Ondersteuning
Voorschool
Bij het vaststellen van een handelingsverlegenheid vanwege de ernst van de stoornis of beperking van de peuter worden externe deskundigen ingeschakeld. Dit gebeurt met goedvinden van de ouder door de voorschool of door de ouder zelf.
Er vindt dan aanmelding plaats bij het Centrum voor Jeugd en Gezin. Jeugdartsen en -verpleegkundigen, pedagogen en ambulante medewerkers kunnen ingeschakeld worden om ouders en pedagogische medewerkers instrumenten aan te reiken in de omgang met de betreffende peuter. Is er een ernstig vermoeden van een stoornis of beperking dat kan ook jeugdhulp worden ingezet. Specialisten kunnen onderzoek doen of een behandeling starten. Ook ondersteuning voor ouders thuis is mogelijk.
Het streven is de ondersteuning en hulpverlening zodanig te organiseren (één kind, één gezin, één plan), dat de peuter de deelname aan het voorschoolse educatieve programma kan continueren. Heeft de stoornis of beperking grote invloed op de groepsdynamiek en/of de ontwikkeling van de andere peuters, dan wordt de plaatsing van de betreffende peuter beëindigd. Zie verder paragraaf 2.5.
Aandachtspunt is, dat de voorschool in de persoon van de coach in het werkveld de hulpverlener vraagt terug te koppelen waardoor het mogelijk wordt activiteiten en doelstelling in het kader van het opbrengstgericht werken in overeenstemming te brengen met de bevindingen.
2.3.3. Externe ondersteuning
In artikel 15i, eerste lid, onder d, van de Wet op het onderwijstoezicht is bepaald dat de gemeente een overzicht heeft van zorginstanties waar een beroep op kan worden gedaan door voor- en vroegscholen. Van de gemeente wordt verwacht, voor zover haar mogelijkheden reiken, dat zij de voor- en vroegscholen wegwijs maakt in de externe ondersteuning. Hierin wordt op onderstaande wijze voorzien.
In de vier Samen055 locaties in de stadsdelen kunnen ouders en professionals terecht met al hun vragen.
Binnen Samen055 werken samen:
Het Centrum voor Jeugd en Gezin: voor vragen rond opvoeden en opgroeien telefoon: 055-3578875 of mail: info@cjgapeldoorn.nl
MEE Veluwe: voor ondersteuning en vragen bij een fysieke, mentale of verstandelijke beperking Telefoon: Tel. 055-5269200
Stimenz: welzijn voor alle leeftijden o.a. maatschappelijk werk en jongerenwerk.
WMO-loket: voor hulpmiddelen en aanpassingen in huis voor jeugdigen en volwassenen en voor huishoudelijke hulp, vervoer, begeleiding van en dagbesteding voor volwassenen
Schuldhulpverlening
Don Bosco: jongerenwerk
Is meer specialistisch ondersteuning en hulp nodig, dan kunnen ouders terecht bij het pedagogenteam van het Centrum voor Jeugd en Gezin.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.3.
Peuters met hulpvragen
Onderdeel van Beleidsregels onderwijskansenbeleid 2021 – 2023 gemeente Apeldoorn behorend bij het beleidsplan Voorbereid naar school