Ontwikkelingsvolgmodel zeer jonge kind (OVM)
Ieder voorschool gebruikt het OVM van de Hogeschool Utrecht (Memelink). Het OVM is geschikt om op basis van observaties resultaten vast te stellen. Observatie vindt plaats op de ontwikkelingsdomeinen: taal, rekenen en sociaal emotionele ontwikkeling. Elke domein kent een aantal ontwikkelingslijnen die zijn onderverdeeld in ontwikkelingsfasen van een half jaar. Een fase is weer onderverdeeld in 5 blokje:
Ontwikkeling wordt niet waargenomen
Een enkele keer wordt dit geobserveerd
Regelmatig wordt deze ontwikkeling waargenomen
Deze fase heeft zich bijna uitontwikkeld
Deze fase is geheel van toepassing.
Elke fase beschrijft een vaardigheid/gedrag waarvan de pedagogisch medewerker moet nagaan in hoeverre de peuter zich die eigen heeft gemaakt. De pedagogisch medewerker kleurt de blokjes in. Heeft een kind zich een ontwikkelingsfase geheel eigen gemaakt, dan zijn alle blokjes ingekleurd.
Kernpunten waarop gelet moet worden zijn:
De pedagogisch-medewerker legt van elk kind de beginsituatie vast met het OVM binnen drie maanden na de start van het kind op de voorschool
De ontwikkeling van alle kinderen in de groep wordt gevolgd door het OVM in oktober-november en april-mei in te vullen.
Er zijn drie registraties voor iedere peuter die 1½ jaar op de voorschool zit.
Het instrument wordt gebruikt voor de domeinen taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele vaardigheid (spel- en werkgedrag).
Ontwikkeling monitor o.b.v. OVM
Op 1 januari 2021 treedt een wijziging van het Toetsbesluit in werking (brief minister OCW van 6 juli 2018) en mogen er geen schoolse toetsen meer bij kleuters in het basisonderwijs worden afgenomen. Gegevens uit het OVM worden daarom gebruikt om de resultaten vast te leggen van de voorschoolse educatie (artikel 167 Wpo).
De monitor is gebaseerd op observaties die zijn uitgevoerd voor peuters die uitstromen naar de basisschool (worden vier jaar). Voor zover aanwezig, kunnen de resultaten worden afgezet tegen een landelijk gemiddelde of een landelijke “norm”.
De monitors over het schooljaar 2018/2019 en 2019/2020 blijven voorlopig beperkt tot het ontwikkelingsdomein taal en dan gaat het specifiek om de ontwikkelingslijnen taalinhoud, taalgebruik en ontluikende geletterdheid/lezen. Vanaf het schooljaar 2021/2022 wordt de ontwikkellijn rekenen toegevoegd. En in latere jaren onderzoeken we de mogelijkheid om ook de beide andere domeinen in te voegen.
De ontwikkeling van een nieuwe monitor vraagt om goede afspraken over de toets momenten en de registratie van gegevens. Iedere voorschool houdt de gevraagde gegevens bij op de afgesproken wijze. Op verzoek worden de gegevens digitaal geleverd aan de partij die door de gemeente is gevraagd de monitor op te stellen.
De resultaten worden teruggekoppeld aan de gemeente en de stuurgroep VVE. Alle partijen nemen deel aan de kwaliteitsdialoog die op basis van de resultaten wordt gevoerd. Afspraken die hieruit voortkomen worden door iedereen geïmplementeerd.
Overige afspraken
De voorscholen leveren de volgende informatie aan de gemeente:
Opgave van het aantal geïndiceerde kinderen dat deelneemt aan gefaciliteerde voorschoolse programma’s en de duur van deelname, per 1 april en 1 oktober (door besturen van de voorscholen).
Jaarlijkse opgave per 1 oktober van het aantal geïndiceerde kinderen dat bij een basisschool werd ingeschreven, alsmede de naam van de basisschool (door besturen van de voorscholen) en de jeugdgezondheidzorg doet een
Jaarlijkse opgave vóór 1 februari over het vorige kalenderjaar van het aantal geïndiceerde kinderen per stadsdeel, het aantal kinderen dat geen voorschool bezoekt, redenen van niet bezoeken voorschool, het aantal gehouden voorlichtingsbijeenkomsten door de jeugdgezondheidszorg.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.1.
Voorscholen
Onderdeel van Beleidsregels onderwijskansenbeleid 2021 – 2023 gemeente Apeldoorn behorend bij het beleidsplan Voorbereid naar school