**1).** De belasting bedoeld in artikel 19 onderdeel a, wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd.
**2).** De belasting bedoeld in artikel 19 onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning aanvraagt.
**3).** Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:
degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;
zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 19 onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig met dien verstande dat:
indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane lease- of huurovereenkomst wordt overlegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd.
indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd.
**4).** De belasting bedoeld in artikel 19 onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op voet van het derde lid van dit artikel, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt,
**5).** indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
HOOFDSTUK
Artikel 20.