**1).** De belasting bedoeld in artikel 19 onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
**2).** In afwijking in zoverre het bepaalde in het eerste lid moet de belasting, indien het inwerkingstellen van de parkeerapparatuur geschiedt door middel van het aanmelden bij de centrale computer van de gemeente dan wel van het bedrijf of de instantie waarmee de gemeente een overeenkomst heeft
gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of ander communicatiemiddel, betaald worden binnen twee maanden na de dag waarop het belastbare feit heeft plaatsgevonden.
**3).** de belasting bedoeld in artikel 19 onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend of wordt verlengd.
**4).** Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
HOOFDSTUK
Artikel 24.