Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.1

Ruimtelijke randvoorwaarden

Onderdeel van Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Den Helder houdende regels omtrent zonneparken

De volwassen persoon moet vanuit de omgeving over de panelen heen kunnen kijken. De maximale hoogte van de panelen is dus afhankelijk van de omgeving ten opzichte van het maaiveldniveau van het perceel; Een landschappelijke oplossing voor de beveiliging aan de randen van het zonnepark (dit houd in dat hekwerken niet zichtbaar zijn op het maaiveld); De noordkant (onaantrekkelijke kant van de installaties) van de kavel en installaties als schakelcellen, algemene laagspanningsborden en transformatoren dienen uit het zicht te worden onttrokken door middel van beplanting; Afstand van minimaal 30 meter tot bestaande woningen; Rekening houden met de bestaande landschapskarakteristieken (elementen, structuren, open/gesloten etc.); Zoveel mogelijk clusteren van de zonnevelden; De constructie van de opstellingen van panelen dient zo éénvoudig mogelijk te worden uitgevoerd, zodat ze zo min mogelijk opvallen; Een groene inrichting van het maaiveld (grasland) heeft de voorkeur; Informatie verstrekken bij het zonnepark over duurzame energie; Bij het ontwerp van de installaties dient rekening te worden gehouden met de eventueel aanwezige kabels en leidingen en afspraken te worden gemaakt met de betreffende beheerder.

Rechtspraak bij dit artikel