Een tegemoetkoming TONK is bedoeld voor huishoudens:
• die door de huidige omstandigheden als gevolg van het coronavirus te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen,
• die daardoor noodzakelijke kosten zoals woonkosten niet meer kunnen voldoen, en
• waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende uitkomst bieden.
Het college heeft - hiermee rekening houdend – in artikel 3 voorwaarden opgesteld waaronder recht bestaat op een tegemoetkoming TONK.
Voorwaarden uit de Participatiewet
De tegemoetkoming TONK is gebaseerd op artikel 35 Participatiewet. Dit betekent dat een belanghebbende moet behoren tot de kring van rechthebbenden. Zo moeten de kosten zijn verbonden aan Nederland en de belanghebbende moet een Nederlander zijn of een daaraan gelijkgestelde vreemdeling (artikel 11 Participatiewet). Ook mag een belanghebbende niet zijn uitgesloten van het recht op bijstand (artikel 13 Participatiewet).
Het college kan geen tegemoetkoming TONK verstrekken als een inwoner een beroep kan doen op een voorliggende voorziening die gezien haar aard en doel geacht wordt passend en toereikend te zijn (artikel 15 Participatiewet). Er kan samenloop zijn met andere regelingen uit het steun- en herstelpakket van het Rijk zoals de Tozo. Een inwoner die Tozo-uitkering ontvangt is niet bij voorbaat uitgesloten voor de tegemoetkoming TONK.
De Wet op de huurtoeslag is volgens deze beleidsregels aan te merken als een passende en toereikende voorliggende voorziening voor de kosten van een huurwoning, als er op de dag van aanvraag gebruik van wordt gemaakt. Dit geldt ook voor woonkostentoeslag op grond van de ‘Beleidsregels Rechtmatigheid Participatiewet, IOAW en IOAZ 2020’.
Let op! Een vergoeding op basis van de TVL of NOW wordt niet beschouwd als een voorliggende voorziening voor de kosten waarin de tegemoetkoming TONK voorziet.
Wanneer is vastgesteld dat de aanvrager tot de kring van rechthebbende behoort, dan moet worden getoetst aan de voorwaarden van artikel 35 Participatiewet. Het college moet bij een aanvraag om een tegemoetkoming TONK, net als bij een aanvraag om bijzondere bijstand, altijd de volgende 4 vragen in een dwingende volgorde te beantwoorden om vast te stellen of recht bestaat op bijzondere bijstand:
Doen de kosten zich voor?
Zie artikel 7 op welke kosten de tegemoetkoming TONK betrekking heeft. We gaan er vanuit dat vanwege de hoge woonlasten er ook problemen ontstaan bij de betaling van andere vaste lasten. Door het verstrekken van de tegemoetkoming ontstaat ruimte om ook andere lasten te kunnen blijven te voldoen. Er wordt daarom niet te streng getoetst of de woonlasten wel of niet (deels) zijn betaald.
Zo ja, beoordeel dan vraag 2. Zo nee, wijs de aanvraag af.
Zijn de kosten in het individuele geval noodzakelijk?
De tegemoetkoming TONK voorziet alleen in de kosten van een door de aanvrager zelf bewoonde woning. Alleen die kosten worden gezien als noodzakelijk.
Zo ja, beoordeel dan vraag 3. Zo nee, wijs de aanvraag af.
Vloeien de kosten voort uit bijzondere individuele omstandigheden?
De aanvrager zal moeten verklaren en onderbouwden dat de terugval in inkomen het gevolg is van de coronacrisis. Zo ja, beoordeel dan vraag 4, zo nee wijs de aanvraag af.
Kunnen de kosten worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm?
Zo nee, wijs de aanvraag toe. Zo ja, wijs de aanvraag af.
Voorwaarden uit beleidsregels
Een inwoner heeft recht op een tegemoetkoming TONK als er sprake is van een terugval in inkomen van meer dan 25%.Ook wordt beoordeeld of de inwoner deze kosten niet zelf kan dragen. Dit is het geval als de noodzakelijke kosten waarvoor een tegemoetkoming TONK kan worden verstrekt ten minste 40% van het inkomen bedragen.
Kortweg zijn de voorwaarden dus:
• een terugval in inkomen van meer dan 25% door de coronacrisis;
• woonkosten bedragen ten minste 40% van het inkomen.
De hoogte van het huidige inkomen staat dus op zichzelf niet in de weg aan recht op een tegemoetkoming TONK, zolang maar voldaan is aan bovengenoemde voorwaarden.
Voorbeeld:
Een inwoner met een inkomen van € 3000,- voor de coronacrisis en een huidig inkomen van € 1200,- en woonkosten van € 800,- voldoet aan de voorwaarden voor een tegemoetkoming TONK. De terugval in inkomsten is immers groter dan 30%. De woonkosten bedragen meer dan 40% van het inkomen in de maand januari 2021.
Artikel 3
- Voorwaarden
Onderdeel van Beleidsregels en toelichting Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke lasten (TONK)