Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Handhaving

Onderdeel van Verordening bomen 2021

1. Als de houtopstand waarvoor op basis van deze verordening een omgevingsvergunning is vereist zonder vergunning is gekapt, dan wel op andere wijze teniet is gedaan, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop de houtopstand zich bevond, dan wel aan degene die uit anderen hoofde voor het treffen van voorzieningen bevoegd is: a. een verplichting tot herplant inclusief zorg- en instandhoudingsplicht opleggen overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen binnen een daarbij te bepalen termijn. Bij de verplichting geldt de waarde van de houtopstand conform artikel 6, tweede lid als uitgangspunt; b. in aanvulling op of ter vervanging van de verplichting tot herplant als genoemd onder a, een financiële bijdrage bepalen aan het Bomencompensatiefonds van de gemeente Eindhoven. De hoogte van het compensatiebedrag is gelijk aan de waarde van de houtopstand conform deze verordening vermenigvuldigd met de compensatiefactor conform de nadere regels voor compensatie; c. een verplichting onder dwangsom opleggen tot herplanten overeenkomstig zijn aanwijzingen en te stellen termijn 2. Als een houtopstand waarop het verbod tot kappen van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop de houtopstand zich bevindt, dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om, overeenkomstig door het college te geven aanwijzingen en binnen een door het college te stellen termijn, voorzieningen te treffen waardoor die dreiging wordt weggenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel