Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Omgevingsvergunning

Onderdeel van Verordening bomen 2021

1.. Voor het kappen van een houtopstand is in de volgende gevallen een omgevingsvergunning vereist: a.. bomen vanaf 45 cm. stamomtrek op gemeentegrond of op particuliere percelen groter dan 250 m2; b.. een houtopstand die voor de eerste keer wordt teruggesnoeid tot op de hoofdtakken of stam; c.. een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 6 of een overeenkomst met het college. 2.. Voor het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte houtopstand of delen ervan met een plantenziekte is een omgevingsvergunning vereist, voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden is wel een vergunning nodig. 3.. In afwijking van het eerste lid is een vergunning niet nodig voor: a.. een houtopstand die wordt gekapt op basis van de Plantenziektewet b.. een aanschrijving van het college; c.. het uitvoeren van de volgende beheer- en onderhoudshoudsmaatregelen: •. het periodiek oogsten van hakhout voor regulier onderhoud; •. het verrichten van snoeiwerkzaamheden aan een houtopstand met achterstallig onderhoud; •. het dunnen van de houtopstand; •. het periodiek scheren, knotten, kandelaberen (met uitzondering van de eerste keer kandelaberen) als noodzakelijke beheermaatregel bij vormbomen voor regulier onderhoud; d.. een houtopstand beschermd op basis paragraaf 4.1 van de Wet natuurbescherming, zoals deze wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Aanvullingswet natuur Omgevingswet; e.. een houtopstand met een levensverwachting kleiner dan 5 jaar aangetoond door middel van een boomonderzoek door een boomdeskundige. 4.. De burgemeester kan als een beschermde houtopstand direct gevaar oplevert of bij een vergelijkbaar of ander spoedeisend belang besluiten tot noodkap, zowel van houtopstanden in particulier eigendom als in gemeentelijk eigendom. Dit besluit wordt zo spoedig mogelijk bekend gemaakt aan belanghebbenden. Na de noodkap is alsnog een vergunning vereist, waaraan een compensatieplicht kan worden verbonden. 5.. Een beschermde houtopstand als bedoeld in het derde lid is een gemeentelijke of particuliere boom of houtopstand met een stamomtrek van 45 cm of meer, gemeten op een hoogte van 1.30 meter boven maaiveld met een levensverwachting die groter is dan 5 jaar op een perceel groter dan 250 m2. 6.. Het college stelt nadere regels voor compensatie vast over het opleggen van compensatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel