In deze verordening wordt (mede) verstaan onder:
boom:
a. Een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven met een omtrek van de stam van minimaal 45 centimeter (ca. 15 centimeter in diameter) gemeten op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld;
b. In geval van 'meerstammigheid' geldt de stamomtrek van de dikste stam;
groene kaart:
de informatieve kaart met daarop aangegeven de groenstructuur, groenarme gebieden, centrumgebied, bebouwde komgrens Wet natuurbescherming, zoals deze wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Aanvullingswet natuur Omgevingswet, (Particuliere) percelen groter dan 250 m2;
houtopstand:
houtopstand als bedoeld in artikel 1.1 van de Omgevingswet;
kappen: vellen als bedoeld in artikel 1.1 van de Omgevingswet.