Naast het toetsingskader genoemd in artikel 1, lid 4, van deze beleidsregel, wordt getoetst of de pandeigenaar van de als vergunningplichtig aangewezen woningverhuur, van slecht levensgedrag is. Daarnaast zal een Bibob-onderzoek worden uitgevoerd om te bezien in hoeverre er gevaar bestaat dat de gevraagde vergunning zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen of dat strafbare feiten zijn begaan voor het verkrijgen van de vergunning.
Artikel 5