Bij de beoordeling van een aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, wordt rekening gehouden met de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin.
Burgemeester en wethouders kunnen bij een eerste aanvraag in een gesprek, met de ouders, desgewenst de leerling en indien nodig een deskundige, de noodzakelijk te achten vervoersvoorziening onderzoeken als bedoeld in de onderzoeksfase. Het (vervolg)onderzoek kan ook plaatsvinden aan de hand van stukken, een door een deskundige op te stellen advies of op andere wijze aan de hand waarvan de noodzakelijkheid van de vervoersvoorziening is vast te stellen..
Bij gewijzigde omstandigheden kan het onderzoek als bedoeld in het tweede lid opnieuw plaatsvinden.
Burgemeester en wethouders onderzoeken tenminste de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en de dichtstbijzijnde toegankelijke school als bedoeld in artikel 8.
Wanneer de leerling de leeftijd van negen jaar bereikt, kunnen burgemeester en wethouders in overleg met de ouders, desgewenst de leerling en in samenhang met het ontwikkelingsperspectief een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen, waarin de weg naar zelfstandig reizen naar school wordt beschreven alsmede de mogelijkheden van de leerling. Dit plan maakt onderdeel uit van het besluit.
In het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kunnen burgemeester en wethouders ondersteuning bieden om de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling te bevorderen.
Wanneer een leerling is aangewezen op onderwijs bij een speciale school voor basisonderwijs kan worden aangenomen dat er sprake is van een gehandicapte leerling zoals bedoeld in deze verordening.
Paragraaf 2.
Artikel 4.
Onderzoek naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid
Onderdeel van Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Eemsdelta 2021