Een vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor:
basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer;
speciale basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; of
speciaal onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer.
In afwijking van het eerste lid wordt geen afstandsgrens gehanteerd wanneer aan burgemeester en wethouders genoegzaam is aangetoond dat het een leerling betreft die als gevolg van zijn beperking is aangewezen op vervoer. Zo nodig kunnen burgemeester en wethouders hierover advies vragen aan een onafhankelijk medisch deskundige. De deskundige betrekt in het advies de mogelijkheden van de gehandicapte leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen.
Paragraaf 3.
Artikel 9.
Afstandsgrens
Onderdeel van Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Eemsdelta 2021