Naar hoofdinhoud
1.. Onverminderd artikel 8.1.2 van de Jeugdwet en artikel 2.3.8 van de Wmo 2015 doet een cliënt op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing tot verstrekking van een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget. 2.. Het college kan de aanspraak op een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget herzien of intrekken als het college vaststelt dat: cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; een cliënt niet langer op een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget is aangewezen; de maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget niet meer toereikend is te achten; cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden; cliënt een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd; de situatie van de cliënt dusdanig wijzigt dat het recht op een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget niet meer kan worden vastgesteld of vervalt. 3.. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel