Naar hoofdinhoud
1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college en de raad. 2. Het college kan binnen veertien dagen nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 3. De voorzitter kan in afwijking van lid 2 bepalen dat het college met betrekking tot een initiatiefvoorstel alleen mondeling, in de raadsvergadering, wensen en bedenkingen kan uiten. Als de voorzitter hiertoe besluit, stelt hij college en raad hiervan in kennis. 4. Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.

Rechtspraak bij dit artikel