Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.3

Gedoogcriteria coffeeshop

Onderdeel van Drugsbeleid gemeente Tynaarlo 2021

De verkoop van cannabisproducten wordt alleen gedoogd in inrichtingen die zich houden aan de AHOJGI-gedoogcriteria uit de Aanwijzing Opiumwet, aangevuld met gemeentelijke criteria. Deze inrichtingen worden coffeeshops genoemd en zijn in hoofdzaak gericht op de verkoop van cannabisproducten. Eventuele verkoop van etenswaren, drinkwaren en rookwaren is ondergeschikt aan deze hoofdfunctie. In dit beleid worden de landelijke gedoogcriteria van het OM overgenomen. De AHOJGI-criteria staan in Bijlage 3 beschreven. De coffeeshop moet zich houden aan de AHOJGI aangevuld met onderstaande gemeentelijke criteria: In de coffeeshop mogen geen alcoholische dranken verkocht worden of aanwezig zijn; De verkoop, levering, aanwezigheid van, en het gelegenheid geven voor gebruik van andere drugs dan cannabisproducten, zoals hallucinerende paddenstoelen, andere ecodrugs en smartproducten, is verboden in de coffeeshop; De coffeeshop is open op maandag tot en met donderdag van 11:00 tot 23:00 uur, vrijdag en zaterdag van 11:00 tot 24:00 uur en zondag van 12:00 tot 23:00 uur. In de coffeeshop mag geen kansspelautomaat aanwezig zijn; Vrije toegankelijkheid voor personen ouder dan achttien jaar; De cannabisproducten mogen niet gratis verstrekt worden en moeten direct worden afgerekend; Het inrichten en gebruiken van een terras is niet toegestaan; Een exploitant van een coffeeshop is belasting verschuldigd over zijn inkomsten en wordt daarvoor ook aangeslagen. Een exploitant dient zich aan de belastingwetgeving te houden; De exploitant van de coffeeshop dient zoals vermeld in de gedoogbeschikking aantoonbaar deskundig te zijn op het gebied van problematisch drugsgebruik en drugsverslaving; In de coffeeshop dient op een zichtbare plaats voorlichtingsmateriaal over het gebruik van cannabis aanwezig te zijn waarin aandacht wordt gegeven aan de gevaren van cannabisgebruik en de mogelijkheden ten aanzien van de hulpverlening. De coffeeshophouder dient bij klanten waarvan wordt gesignaleerd dat sprake is van risicovol gebruik, actief deze gevaren onder de aandacht van de betreffende klanten te brengen en deze op de mogelijkheden van hulpverlening te wijzen; Aan een nieuwe exploitant worden op basis van dit coffeeshopbeleid dezelfde eisen gesteld als de eisen genoemd in artikel 8 van de Drank- en Horecawet. De criteria zijn vermeld in het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet 1999. Dit houdt in dat aan de hand van justitiële documentatie wordt bezien of een exploitant de laatste 5 jaar een veroordeling heeft gehad in verband met onder andere de Drank- en Horecawet, Opiumwet, wet op de Kansspelen, heling, rijden onder invloed, discriminatie. De exploitant mag alleen een natuurlijk persoon zijn. Rechtspersonen zijn niet toegestaan als exploitant; Een verzoek om een gedoogbeschikking zal geweigerd worden indien geen verklaring omtrent het gedrag (VOG) van de exploitant uiterlijk 3 maanden voor de datum waarop het verzoek om een gedoogbeschikking is ingediend is afgegeven. De houder van de gedoogschikking dient tijdens de openingstijden van de coffeeshop aanwezig te zijn en toezicht te houden. De vestiging van de coffeeshop en de exploitatie daarvan mag niet in strijd zijn met andere wet- en regelgeving; Het is niet toegestaan dat een coffeeshop in verbinding staat met een woning; De verstrekte gedoogbeschikking dient in de coffeeshop aanwezig te zijn en dient op eerste verzoek aan een opsporingsambtenaar te worden getoond. Een coffeeshop mag zich niet binnen 250 meter loopafstand bevinden tot een school voor voortgezet onderwijs;

Rechtspraak bij dit artikel