Figuur 5. Bewegwijzering buiten de bebouwde kom
Het bebordingsbeleid voor buiten de bebouwde kom is vergelijkbaar met het beleid binnen de bebouwde kom (zie figuur 5). Buiten de bebouwde kom zijn er echter wat minder objecten. Daardoor is er meer ruimte voor bebording, zonder dat er wildgroei ontstaat. De richtlijnen van het CROW worden ook buiten de bebouwde kom gehanteerd en ook wordt er onderscheid gemaakt tussen ‘lokale objecten’ en ‘toeristisch-recreatieve objecten’. De blauwe borden komen boven en de bruine borden onder. De borden dienen onder elkaar geplaatst te worden zonder tussenruimte. Er mogen maximaal 6 borden onder elkaar worden geplaatst. De dichtstbijzijnde objecten komen bovenaan. Er mag maximaal 3 keer verwezen worden naar een object.
De volgende lokale objecten worden bewegwijzerd (blauw/wit bord):
Openbarelocaties
Bijvoorbeeld havens, pleinen, bedrijventerreinen, sportaccommodaties en speeltuinen
De volgende toeristisch-recreatieve objecten worden bewegwijzerd(bruin bord):
Bezienswaardigheden
Toeristische activiteiten/attracties
Bijvoorbeeld musea, fietsverhuur en agrotoeristische bedrijven
Recreatiegebieden/Natuurgebieden
Verblijfsaccommodaties met minimaal 25 slaapplaatsen/standplaatsen.
Pensions mogen met naam verwijzen
Campings mogen met naam verwijzen
Hotels mogen met naam verwijzen
Vakantieparken mogen met naam verwijzen
Wanneer er een eetgelegenheid bij een verblijfsaccommodatie aanwezig is, mag er een restaurantpictogram worden toegevoegd
De volgende objecten komen niet in aanmerking voor bewegwijzering:
Bed & Breakfasts
Eetgelegenheden
Huisartsen, tandartsen
Locaties die in aanmerking komen voor een verwijzing kunnen dit schriftelijk aanvragen bij de gemeente. Meer informatie hierover is te vinden in paragraaf 3.1.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.3