Het bevoegd gezag past na een integrale en omgevingsgerichte benadering de uitgangspunten voor vergunningverlening toe. Bij vergunningverlening hanteert de Omgevingsdienst Haaglanden namens het bevoegd gezag de volgende vier uitgangspunten. Deze uitgangspunten zijn niet primair leidend, maar aanvullend en voor zover mogelijk. Primair moet worden voldaan aan hetgeen de wet- en regelgeving vereist en hetgeen in de aanvraag is opgenomen. Onderstaande punten kunnen alleen een rol spelen binnen de beslis- en afwegingsruimte die aanwezig is.
Omgevingsgericht, afstemming aan de voorkant
nieuwe activiteiten worden getoetst op belasting van de omgeving;
na de integrale beoordeling en toetsing van de weigeringsgronden volgt de inhoudelijke beoordeling;
onacceptabele omgevingsbelasting wordt voorkomen;
politiek-bestuurlijke speerpunten krijgen prioriteit;
(potentiële) maatschappelijke onrust leidt tot stevige inzet op communicatie op verzoek en in nauwe samenwerking met het bevoegd gezag;
vergunningstelsel staat innovatie en duurzaamheid niet in de weg;
kernwoorden zijn integraliteit, uniformiteit waar mogelijk, vergelijkbaar in vergelijkbare situaties.
Transparant, voorspelbaar en betrouwbaar
vergunningverlening is afgestemd op landelijke standaarden en eigen beleid;
vergunningen zijn op maat, helder, transparant, openbaar en digitaal beschikbaar, begrijpelijk voor burger en bedrijf en handhaafbaar, er is een geconsolideerd overzicht digitaal beschikbaar.
voorschriften zijn gebaseerd op de beste beschikbare technieken (BBT) met primair toepassing van zogenoemde doelvoorschriften;
vergunningen worden per bedrijf overzichtelijk vastgelegd, zodat alle verplichtingen van het bedrijf op ieder moment inzichtelijk zijn;
het VTH-beleid van het bevoegd gezag is digitaal te raadplegen.
Gedifferentieerd in beleidsrijke situaties en/of bij een slecht naleefbeeld
ten behoeve van de uniformiteit wordt zoveel als mogelijk aangesloten bij de landelijke vergunningteksten van het LRSO;
maatwerk- en/of middelvoorschriften gelden wanneer landelijke voorschriften onvoldoende helder zijn in de toepassing op een specifieke situatie en/of er sprake is van slecht naleefgedrag. Maatwerk- en/of middelvoorschriften geven het bedrijf ten opzichte van doelvoorschriften minder speelruimte voor eigen invulling en meer duidelijkheid, ook voor toezichthouders en handhavers.
Oplevering vergunning
vergunningverlening eindigt met een oplevering naar toezicht;
waar wettelijk vereist publiceert het bevoegd gezag, na de bezwaar- en beroep termijn, de onherroepelijke vergunning voor een ieder.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3