Met de komst van het Activiteitenbesluit zijn steeds minder bedrijven vergunningplichtig.
Indeling bedrijven onder het Activiteitenbesluit
Het Activiteitenbesluit kent type A, B en C bedrijven. De indeling van een bedrijf is afhankelijk van de milieubelasting van de bedrijfsactiviteiten.
Type A: de bedrijfsactiviteiten hebben weinig negatieve invloed op het milieu. Het doen van een melding is niet nodig maar het bedrijf moet wel voldoen aan de voorschriften van het Activiteitenbesluit.
Type B: de bedrijfsactiviteiten hebben meer negatieve invloed op het milieu. Het bedrijf moet een melding indienen en voldoen aan de voorschriften van het Activiteitenbesluit.
Type C: de bedrijfsactiviteiten hebben de meeste (of nog meer) negatieve invloed op het milieu. Het bedrijf moet een omgevingsvergunning aanvragen.
De Omgevingsdienst Haaglanden beoordeelt of ingediende meldingen voldoen aan de indieningsvereisten.
Meldingen op grond van artikel 1.10 Activiteitenbesluit milieubeheer worden beoordeeld op de volgende aspecten:
type bedrijf;
inventarisatie activiteiten;
beoordeling of de melding compleet is;
noodzaak tot aanvullende onderzoeken (geluid, lucht, energie, verkeer en vervoer). Zie bijlage 1 voor een overzicht van benodigde gegevens en bijlagen voor bepaalde branches en activiteiten bij een melding Activiteitenbesluit.
3.5.1 Maatwerkvoorschriften
Het Activiteitenbesluit milieubeheer bevat algemene regels voor milieubelastende activiteiten. Soms is het
niet mogelijk om algemene regels op te stellen die in alle gevallen redelijk zijn. Daarom bevat het Activiteitenbesluit de mogelijkheid om in bepaalde gevallen (afhankelijk van de activiteit en het milieuonderwerp) van de algemene regels af te wijken met maatwerkvoorschriften. Maatwerkvoorschriften kunnen op initiatief van het bevoegd gezag, door de Omgevingsdienst Haaglanden (ambtshalve) worden opgesteld of op verzoek van de inrichtinghouder. In sommige gevallen ontstaan maatwerkvoorschriften ook doordat op basis van het overgangsrecht bij het Activiteitenbesluit vergunningvoorschriften automatisch worden omgezet in maatwerkvoorschriften.
Bij de beslissing tot het vaststellen van een maatwerkvoorschrift worden in ieder geval betrokken:
de bestaande toestand van het milieu, voor zover de inrichting daarvoor gevolgen kan veroorzaken;
de gevolgen voor het milieu, die de inrichting kan veroorzaken, mede in hun onderlinge samenhang bezien;
de met betrekking tot de inrichting en zijn omgeving redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen die van belang zijn met het oog op de bescherming van het milieu;
de mogelijkheden tot bescherming van het milieu, door de nadelige gevolgen voor het milieu, die de inrichtingen kan veroorzaken, te voorkomen, dan wel zoveel mogelijk te beperken, voor zover zij niet kunnen worden voorkomen;
de voor onderdelen van het milieu, waarvoor de inrichting gevolgen kan hebben, geldende milieukwaliteitseisen, vastgesteld krachtens of overeenkomstig Wet milieubeheer artikel 5.1 of bij bijlage 2 van de Wet milieubeheer;
de redelijkerwijs te verwachten financiële en economische gevolgen van het maatwerkvoorschrift.
bestuurlijke en/of maatschappelijke inbreng in de beoogde omgevingskwaliteit.
3.5.2 Vier typen meldingen
Meldingen zijn net zoals vergunningen in te delen in vier typen.
Figuur 5: Vier typen meldingen
Toelichting op de vier typen meldingen:
1 Melding eenvoudig;
Melding beoordelen en in beginsel geen actieve opvolging geven.
2 Melding specifiek:
Melding beoordelen en actief opvolgen door het stellen van maatwerkvoorschriften en/of gelijkwaardigheid.
3 Melding eenvoudig+:
Melding beoordelen en actief opvolgen met extra aandacht voor het informeren van belanghebbenden (bevoegd gezag ambtelijk/bestuurlijk, belanghebbende derden). Maatwerkvoorschriften zijn niet nodig.
4 Melding specifiek+:
Melding beoordelen en actief opvolgen door het stellen van maatwerkvoorschriften en/of gelijkwaardigheid met extra aandacht voor het informeren en betrekken van belanghebbenden (bevoegd gezag ambtelijk/bestuurlijk, belanghebbende derden).
Hoofdstuk 3
Artikel 3.5