Naar hoofdinhoud
Op basis van de eisen in het Besluit omgevingsrecht en de landelijke kwaliteitscriteria 2.2 dienen gemeenten te beschikken over een toezichtstrategie. Hierin moet zijn aangegeven welke vormen van toezicht worden onderscheiden en wat de basiswerkwijze daarbij is. De vormen van toezicht dienen vervolgens in protocollen nader te worden uitgewerkt. Toezicht en handhaving staan regelmatig hoog op de politieke en maatschappelijke agenda. Naleving van regelgeving is in deze maatschappij bepaald geen vanzelfsprekendheid. Gelet op de risico’s in de fysieke omgeving, en die in het verleden tot incidenten en rampen hebben geleid, is naleving van cruciaal belang. Het doel van toezicht is dat het naleven van de gestelde regels leidt tot een kleinere kans op het ontstaan van incidenten. Het planmatig en programmatisch toezicht op basis van verleende vergunningen, meldingen en ontheffingen, in het kader van projecten, naar aanleiding van klachten, meldingen van ongewone voorvallen en calamiteiten is een complexe aangelegenheid waarbij veel verschillende actoren zijn betrokken. Het toezicht vindt bovendien plaats onder omstandigheden die voortdurend veranderen. De participanten van de Omgevingsdienst Haaglanden hebben behoefte aan een systematische, structurele en programmatische aanpak. Een toezichtstrategie zorgt voor een dergelijke aanpak. Toezicht moet zich toespitsen op de meest risicovolle situaties: waar is de kans het grootst dat het naleefgedrag onvoldoende is en dat dit leidt (of kan leiden) tot schade aan de leefomgeving, de volksgezondheid, de veiligheid, de natuur en het landschap. De toezichtstrategie loopt vanaf het moment van voorbereiden tot en met het constateren van de overtreding en het bepalen van de ernst van de overtreding. Zodra een overtreding is geconstateerd wordt overgegaan tot een andere strategie, namelijk de landelijke handhavingsstrategie. In uitzonderlijke gevallen kan worden besloten de landelijke gedoogstrategie te volgen.

Rechtspraak bij dit artikel