Vrijstelling van het bepaalde in artikel 4.2.4 wordt verleend in de volgende gevallen:
**1..** Bodemingrepen tot een diepte van 50 cm onder maaiveld in gebieden of terreinen met hoge archeologische verwachting (categorie 3), gematigde archeologische verwachting (categorie 4) en lage archeologische verwachting (categorie 5);
**2..** Voor gebieden of terreinen met hoge archeologische verwachting (categorie 3), gelegen binnen het bestemmingsplan buitengebied:
Alle bodemingrepen binnen een contour van 50 m rondom de bestaande bebouwing in het bouwblok;
Bodemingrepen dieper dan 50 cm onder maaiveld met een omvang van minder dan 1000m2 buiten de sub a genoemde contour;
**3..** Voor gebieden of terreinen met hoge archeologische verwachting (categorie 3) die niet gelegen zijn binnen het bestemmingsplan buitengebied: bodemingrepen dieper dan 50 cm onder maaiveld met een omvang van minder dan 250m2;
**4..** Voor gebieden met gematigde archeologische verwachting (categorie 4), gelegen binnen het bestemmingsplan buitengebied:
Alle bodemingrepen binnen een contour van 50 m rondom rondom de bestaande bebouwing in het bouwblok;
Bodemingrepen dieper dan 50 cm onder maaiveld met een omvang van minder dan 2500m2 buiten de sub a genoemde contour;
**5..** Voor gebieden met gematigde archeologische verwachting (categorie 4), die niet gelegen zijn binnen het bestemmingsplan buitengebied: bodemingrepen dieper dan 50 cm onder maaiveld met een omvang van minder dan 1000m2;
**6..** Voor gebieden met een lage archeologische verwachting (categorie 5): bodemingrepen met een omvang die lager is dan de omvang die m.e.r.-plichtig is.
Hoofdstuk › Paragraaf 1
Artikel 4.2.7