Naar hoofdinhoud
1.. De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken als blijkt dat: de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; de vergunninghouder de voorwaarden als bedoeld in artikel 4.3.8 lid 7 niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het beschermde gemeentelijk monument zwaarder dient te wegen; niet binnen 52 weken van de vergunning gebruik wordt gemaakt. 2.. Van de beschikking tot intrekking wordt een kopie aan de monumentencommissie gezonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel