Hoofdstuk 2 Ambulante handel
In afdeling 1; Ambulante handel op een markt, wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:
markt: de door het college ingestelde warenmarkt die plaatsvindt op de, bij of krachtens artikel 2.1.1.2 van deze verordening vastgestelde dag, tijd en plaats;
marktterrein: de gehele openbare of voor het publiek toegankelijke oppervlakte grond, die bij of krachtens artikel 2.1.1.2 van deze verordening is aangewezen voor het uitoefenen van markthandel;
standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;
vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een geregistreerde standplaatshouder;
dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een Ongeregistreerde standplaatshouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;
standwerken: de activiteit waarbij de geregistreerde standwerker publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de gelijktijdige aankoop van één artikel;
standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken;
geregistreerde standplaatshouder: degene aan wie op basis van een ingediend registratieformulier door de marktmeester een standplaats is toegewezen;
marktmeester: de toezichthouder die als zodanig is aangewezen door het college;
registratieformulier: een door het college vastgesteld formulier;
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deurne;
marktcommissie: commissie van advies zoals bedoeld in artikel 83 Gemeentewet;
marktkraam: ter plaatse op te bouwen kraam;
verkoopwagen: te plaatsen verrijdbare wagen, een verkoopwagen (zoals een marcavan) of een afzetcontainer, waarbij de verkoop geschiedt vanuit of achter de wagen.
In afdeling 2; Ambulante handel buiten een markt, wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:
Onder openbare plaats wordt verstaan: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan;
In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, waarbij gebruik wordt gemaakt van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel;
Onder standplaats als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstaan:
een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid aanhef en onder g, van de Gemeentewet;
een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de Algemene plaatselijke verordening Deurne 2018;
een vaste plaats waar zonder commercieel oogmerk en met een maatschappelijk belang goederen of diensten worden aangeboden.
Hoofdstuk 3 Bouwen
In dit hoofdstuk wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:
bevoegd gezag: bestuursorgaan, als bedoeld in de Woningwet, artikel 1, eerste lid, onderdeel e, dan wel, bij het ontbreken van een bestuursorgaan als bedoeld in dit artikellid, burgemeester en wethouders;
bouwbesluit: de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2 van de Woningwet;
bouwtoezicht: degene die ingevolge artikel 92, tweede lid, van de Woningwet in samenhang met artikel 5.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht belast is met het bouw- en woningtoezicht;
bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;
gebruiksoppervlakte: de gebruiksoppervlakte als bedoeld in het Bouwbesluit;
hoogte van de weg: de hoogte van de weg zoals die door of namens burgemeester en wethouders is vastgesteld;
NEN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm;
NVN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven voornorm;
omgevingsvergunning voor het bouwen: vergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
straatpeil:
voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.
In deze verordening wordt mede verstaan onder: bouwwerk: een gedeelte van een bouwwerk; gebouw: een gedeelte van een gebouw.
Hoofstuk 4 Erfgoed
In dit hoofdstuk wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:
Monument:
onroerende zaak, die van algemeen belang is op basis van de volgende criteria:
architectuurhistorische waarde; en/of
landschappelijke en/of historisch ruimtelijke waarde; en/of
cultuurhistorische waarde; en/of
zeldzaamheidswaarde.
gebied of terrein met behoudenswaardige informatie van cultuurhistorische, archeologische of landschappelijke aard
gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn vermeld de overeenkomstig deze verordening beschermde monumenten;
beschermde gemeentelijke monumenten: onroerende monumenten, die overeenkomstig de bepalingen van deze verordening op de gemeentelijke monumentenlijst zijn geplaatst;
beschermde rijksmonumenten: onroerende monumenten, die zijn ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet vastgestelde registers;
kerkelijke monumenten: onroerende monumenten, die eigendom zijn van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en die uitsluitend of voor een overwegend deel worden gebruikt voor de uitoefening van de eredienst;
monumentencommissie: de door de raad ingestelde commissie of aangewezen instantie, met als taak burgemeester en wethouders op verzoek of uit eigen beweging schriftelijk te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, deze verordening;
bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld i n artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
archeologisch verwachtingsgebied: terrein dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening is aangewezen vanwege zijn betekenis voor de gemeentelijke archeologische monumentenzorg en geregistreerd is op de gemeentelijke archeologische beleidskaart;
gemeentelijke archeologische beleidskaart: Kaart met een ruimtelijke presentatie van de gemeentelijke archeologische verwachtingsgebieden en het te voeren beleid, vastgesteld door de bevoegde overheid;
gemeentelijk archeologisch monument: terrein dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening is aangewezen en geregistreerd als gemeentelijk monument;
gebied of terrein van archeologische waarde: gebied of terrein dat zich bevindt in de zone die op de archeologische beleidskaart van de gemeente Deurne als zodanig is aangeduid (aldaar: categorie 2) en waarvan is aangetoond dat er concentraties van archeologische resten voorkomen die als behoudenswaardig kunnen worden gekarakteriseerd;
gebied of terrein met hoge archeologische verwachting: gebied of terrein dat zich bevindt in de zone die op de archeologische beleidskaart van de gemeente Deurne als zodanig is aangeduid (aldaar: categorie 3) en waarvan op basis van geologische en bodemkundige opbouw een hoge dichtheid aan archeologische sporen/vindplaatsen wordt verwacht;
gebied met gematigde archeologische verwachting: gebied of terrein dat zich bevindt in de zone die op de archeologische beleidskaart van de gemeente Deurne als zodanig is aangeduid (aldaar: categorie 4) en waarvan op basis van geologische en bodemkundige opbouw een middelhoge dichtheid aan archeologische sporen/vindplaatsen wordt verwacht;
gebied met lage archeologische verwachting: Gebied of terrein dat zich bevindt in de zone die op de archeologische beleidskaart van de gemeente Deurne als zodanig is aangeduid (aldaar: categorie 5) en waarvan op basis van geologische en bodemkundige opbouw een lage dichtheid aan archeologische sporen/vindplaatsen wordt verwacht;
archeologisch vooronderzoek: Archeologisch vooronderzoek kan bestaan uit locatiegericht bureauonderzoek, booronderzoek, geofysisch prospectieonderzoek, het graven van proefsleuven of een combinatie daarvan. De verschillende vormen van onderzoek worden verricht door een erkende partij en uitgevoerd volgens de desbetreffende specificaties in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) door een erkende partij. De resultaten van het onderzoek worden geïnterpreteerd en vastgelegd in een rapport dat aan het bevoegd gezag wordt overgelegd;
opgraving: De ontsluiting van een archeologische vindplaats met als doel de informatie te verzamelen en vast te leggen die nodig is voor het beantwoorden van de in het Programma van Eisen verwoorde onderzoeksvra(a)g(en) en het behalen van de onderzoeksdoelstellingen. Opgravingen worden verricht door een erkende partij, beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 39 van de Monumentenwet en uitgevoerd volgens de desbetreffende specificatie in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA);
erkende partij: Een dienst, bedrijf of instelling, erkend door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) en werkend volgens de specificaties van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie;
deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg: Een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen ambtenaar belast met de gemeentelijke archeologische monumentenzorg, of een externe adviseur;
bodemingreep: Alle grondwerkzaamheden/ activiteiten die een effect hebben op het voortbestaan van archeologische waarden in situ, ook wel bodemverstoring genoemd;
bouwhistorisch onderzoek: Onderzoek, in een schriftelijke rapportage vastgelegd, naar de bouwgeschiedenis, de bouwhistorische kwaliteit en de monumentale waarde van een monument.
Hoofdstuk 5 Houtopstanden
In dit hoofdstuk wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:
boom: een houtachtig gewas zowel levend als afgestorven met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam;
houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;
hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand;
inboet: het verwijderen en tevens vervangen van niet aangeslagen beplanting die niet langer dan 8 jaar geleden is geplant;
vellen: rooien, kappen, verplanten, het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel (met inbegrip van kandelaberen) alsmede het verrichten van handelingen die de dood, de ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand tot gevolg kunnen hebben;
VTA-onderzoek (Visual Tree Assesment): onderzoek naar de vitaliteit van een boom, op basis van een visuele boom controle waarbij ook gebreken die de vitaliteit niet beïnvloeden, worden gemeld of zaken waarop de Wet natuurbescherming van toepassing kan zijn.
Hoofdstuk 6 omgevingshinder
In afdeling 1; Geluidshinder, wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:
Besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer;
inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit;
houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;
collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;
incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;
geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting;
geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende inrichting;
muziekcorrectie: een toeslag van 10 dB voor muziekgeluid;
bedrijfsduurcorrectie: een aftrek in dB voor de duur binnen een periode dat een geluidsbron niet in werking is;
langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (Lar,LT): hetgeen in artikel 1.1, eerste lid van het Besluit daaronder wordt verstaan.
In afdeling 2; Diverse hinder, wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:
openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan;
weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan;
bebouwde kom: het gebied gelegen binnen de grenzen van de gemeente Deurne dat is vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;
voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;
motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.
In afdeling 3; Recreatief nachtgebruik, wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:
Kampeermiddel: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
In afdeling 4; Overleden gezelschapsdieren en verstrooiing, wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:
de wet: Wet dieren;
gezelschapsdieren: dieren als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit houders van dieren;
aangifteplichtige: degene die als eigenaar of houder van een gezelschapsdier, bij het overlijden van dit dier, verplicht is daarvan aangifte te doen op grond van de wet;
verzamelplaats: het gedeelte van de gemeentewerf aan de Energiestraat 17 te Deurne dat bestemd is om overleden gezelschapsdieren in ontvangst te nemen.
incidentele verstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.
Hoofstuk 7 Ondergrondse infrastructuur
In dit hoofdstuk wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:
beleidsregels: de door het college, aanvullend aan deze verordening, gestelde regels met betrekking tot nadeelcompensatie;
college: college van burgemeester en wethouders;
coördinatieverplichting: de coördinerende rol van het college over de aanleg, ligging, instandhouding en opruiming van alle kabels of leidingen in de gehele openbare grond;
gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 1, van de Belemmeringenwet Privaatrecht of in artikel 5.2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet of via een (publiekrechtelijke) vergunning;
grondroerder: degene, waaronder de netbeheerder, onder wiens verantwoordelijkheid of leiding graafwerkzaamheden worden verricht;
(huis)aansluiting: het gedeelte van de kabel of leiding dat een netwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt, dan wel dit gedeelte ten behoeve van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet Waardering Onroerende Zaken;
instemmingsbesluit: besluit van het college op een melding van voorgenomen werkzaamheden aan kabels ten behoeve van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid van de Telecommunicatiewet;
kabel- en leidingentunnel: voor de geleiding van kabels of leidingen aangebrachte infrastructuur, waarvan door één of meerdere grondroerders gebruik kan worden gemaakt;
kabels of leidingen: kabels of leidingen als onderdeel van een net(werk), daaronder mede begrepen de daarmee verbonden (stalen) kasten t.b.v. Schakel-, verdeel- en onderstations geschikt voor het plaatsen op de openbare weg, voorzieningen en andere hulpmiddelen, behoudens voor zover deze verbindingen en hulpmiddelen liggen binnen de installatie van een producent of van een afnemer, en ook omvattende lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, elektriciteitskabels, gasleidingen, waterleidingen en kabels of leidingen ten behoeve van industriële netwerken, uitgezonderd kabels- en leidingennetwerken van de gemeente;
kunstwerk: civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen, kabels of leidingen, niet bedoeld voor permanent verblijf;
nadere regels: de door het college, aanvullend aan deze verordening, gestelde regels, voorwaarden en voorschriften opgenomen in een separaat handboek kabels en leidingen;
netbeheerder: de rechtspersoon die handelt als beheerder van een net of netwerk voor de levering van elektriciteit, gas, water, aardwarmte of Warmte Koude Opslag, dan wel aanbieder is van een (al dan niet openbaar) elektronisch communicatienetwerk;
net of netwerk: een ondergrondse kabel of leiding, daaronder mede begrepen lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie;
niet-openbare kabels of leidingen: kabels of leidingen (dan wel het netwerk waartoe deze behoren) die niet gebruikt worden om openbare diensten aan te bieden;
openbaar elektronisch communicatienetwerk: openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1, onder h, van de Telecommunicatiewet;
openbare gronden: openbare gronden als bedoeld in artikel 1.1, onder aa, van de Telecommunicatiewet;
omwonenden: de bewoners en bedrijfsmatige gebruikers van alle percelen, grenzend aan het tracé van kabels of leidingen;
registratiesysteem: geautomatiseerd systeem van het college waarin instemmingen of meldingen van (graaf)werkzaamheden aan kabels of leidingen en alles wat daarmee samenhangt worden verwerkt door of namens het college of de grondroerder;
sleuf: in de bodem uitgegraven of uitgehakte of geboorde langwerpige smalle opening;
spoedeisende werkzaamheden: reparatie of onderhoudswerk waarvan uitstel niet mogelijk is als een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening via het betreffende net is opgetreden;
vergunning: vergunning op basis van deze verordening die bij het college aangevraagd moet worden voor voorgenomen werkzaamheden aan kabels of leidingen;
werkzaamheden: handmatige of mechanische (graaf)werkzaamheden, inclusief het opbreken en herstel van de sleufverharding, in de openbare grond in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels of leidingen;
werkzaamheden van niet ingrijpende aard:
Het aanbrengen of verwijderen van kabels of leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen; reparaties of onderhoudswerk aan kabels of leidingen met een gezamenlijke lengte van minder dan vijfentwintig (25) meter en niet vallend onder spoedeisende werkzaamheden;
Het maken van incidentele (huis)aansluitingen tot een gezamenlijke lengte van vijfentwintig (25) meter, inclusief nieuwbouwprojecten;
Het maken van een montagegat of lasgat, dat wil zeggen; een opbreking met een afmeting van maximaal 2 m², die wordt gemaakt ten behoeve van het plaatsen van een handhole, de toegang tot een handhole, plaatsen van afsluiters, het opgraven van een kabelrol ten behoeve van klantaansluitingen, het maken van aftakkingen, voor het herstellen van kabel of leidingstoringen of voor inspectiedoeleinden.
Hoofdstuk 8 Water
In dit hoofdstuk wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:
bouwwerk: hetgeen in hoofdstuk 3 van deze verordening daaronder wordt verstaan;
nieuw bouwwerk: bouwwerk dat wordt opgericht na inwerkingtreding van deze verordening, inclusief herbouw na sloop van een bestaand bouwwerk;
verhard oppervlak: oppervlak voorzien van verhardingen, zodanig dat het regenwater van dit oppervlak niet in de bodem kan infiltreren. Hieronder worden in ieder geval verstaan: daken, terrassen en opritten.
Hoofstuk 9 Wegen
In deze afdeling wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:
openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan;
weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan;
bebouwde kom: het gebied gelegen binnen de grenzen van de gemeente Deurne dat is vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;
rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;
bouwwerk: hetgeen in artikel 1.1, eerste lid, van de Bouwverordening gemeente Deurne 2010 daaronder wordt verstaan;
gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet daaronder wordt verstaan;
handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
bevoegd bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester, ieder voor zover bevoegd;
college: het college van burgemeester en wethouders;
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
aankondigingsborden: tijdelijk te plaatsen borden zoals driehoeksborden, sandwichborden en enkelvoudige borden;
parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990);
voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;
motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Begripsbepalingen
Verwijzingen
- artikel 2
- artikel 1
- artikel 160
- artikel 2
- artikel 2 van de Woningwet
- artikel 2
- artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994
- artikel 5
- artikel 5
- artikel 1
- artikel 2
- artikel 92
- artikel 1
- artikel 1
- artikel 1
- artikel 2
- artikel 1
- artikel 1
- artikel 1
- artikel 1
- artikel 2
- artikel 1
- artikel 1
- artikel 1
- artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994
- artikel 1
- artikel 16
- artikel 5