**1..** In geval van overlijden, of blijvende arbeidsongeschiktheid van de standplaatshouder, of in geval van bedrijfsbeëindiging kan de vaste standplaats worden overgenomen door de echtgenoot, de geregistreerde partner of een persoon met wie hij duurzaam samenwoonde en die aan de eisen van artikel 2.1.2.2 voldoet.
**2..** Indien de standplaats niet kan worden overgenomen op grond van het eerste lid, kan een kind of een medewerker van de standplaatshouder de vaste standplaats krijgen indien hij tenminste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de standplaatshouder heeft gewerkt en/of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd en die aan de eisen van artikel 2.1.2.2 voldoet.
**3..** Een aanvraag tot overname wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de standplaatshouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld onder indiening van een volledig ingevuld registratieformulier.
**4..** Ten minste twee maanden vóór het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, dan wel bij gebruikmaking van een oudedagsvoorziening ten minste twee maanden vóór de datum van ingang van die voorziening, kan de standplaatshouder een verzoek tot overname op één der hierboven bij lid 1 of 2 genoemde personen indienen.
**5..** Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 2.1.2.3