**1..** Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;
binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat de hond is aangelijnd;
buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen openbare plaats als de hond niet is aangelijnd;
op een openbare plaats zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk, dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
**2..** Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
**3..** Het eerste lid, aanhef en onder a en b, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:
die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden;
die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf
Artikel 6.2.4.