Op grond van artikel 10, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening Dinkelland 2021 worden de volgende regels over gebruik van inzamelmiddelen voor de gebruiker van een perceel vastgesteld:
Het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in minicontainers dient ordelijk te geschieden door plaatsing van de minicontainer op het voetpad, zo dicht mogelijk bij de rijweg, of, bij het ontbreken van een voetpad, aan de kant van de openbare weg, zodanig dat het voetgangers- en overige verkeer niet wordt gehinderd of in de doorgang wordt belemmerd en gevaar of schade wordt voorkomen. De aanwijzingen van de inzameldienst dienen te worden opgevolgd.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is bepaald, dat huishoudelijke afvalstoffen in containers ter inzameling moeten worden aangeboden op een door de inzameldienst te bepalen inzamel- of clusterplaats.
Indien de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen plaatsvindt door middel van een voertuig met achterbelading dienen de containers met het handvat (achterzijde) in de richting van de straat te worden gezet, conform de aanwijzingen gegeven door de inzameldienst.
Indien de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen plaatsvindt door middel van een voertuig met zijbelading dienen de containers met de voorzijde in de richting van de straat te worden gezet, conform de aanwijzingen gegeven door de inzameldienst.
De containers dienen goed gesloten te zijn en er mag geen sprake zijn van uitsteeksels.
Het is verboden afvalstoffen naast een container te plaatsen.
Ter voorkoming van maden dienen in een warme periode vlees- en visresten te worden gedeponeerd in de container die het eerst voor lediging in aanmerking komt, niet zijnde de PMD container.
Het gewicht van de hoeveelheid afvalstoffen en het eigen gewicht van de ter lediging aangeboden minicontainer mag in zijn totaliteit niet zwaarder zijn dan 80 kilogram. Voor een PMD container geldt een maximaal gewicht van 10 kilogram.
Er mag uitsluitend één minicontainer ter inzameling worden aangeboden, tenzij de gebruiker van een perceel tegen betaling gebruik maakt van extra door NV ROVA Gemeenten beschikbaar gestelde minicontainers.
De minicontainers dienen op de dag van de lediging te worden aangeboden voor 07.00 uur. Na lediging dienen zij op de dag van de lediging zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk vóór 20.00 uur van de openbare weg te worden verwijderd.
Het beheer van de inzamelmiddelen die in bruikleen zijn verstrekt door of namens de gemeente, berust bij NV ROVA Gemeente in opdracht in van de gemeente Dinkelland.
De inzameldienst is bevoegd om de minicontainer te voorzien van een sticker waarop staat vermeld: een barcode, de afvalstroom waarvoor de minicontainer is bestemd, het volume van de minicontainer, een postcode, een plaatsnaam, een straatnaam en een huisnummer.
De inzameldienst is bevoegd om een minicontainer te voorzien van een chip. Deze chip met uniek nummer is gekoppeld aan het volume van het inzamelmiddel en adresgegevens. Deze chip is het identificatiemiddel om de frequentie van aanbieden te registeren, inclusief de identificatie van de nulaanbieders en veelaanbieders ten behoeve van het toezicht op naleving van Artikel 8, lid1 en artikel 12 van de Afvalstoffenverordening Dinkelland 2021.
De door of namens de gemeente verstrekte inzamelmiddelen behoren bij de woning.
De gebruiker van een perceel dient zich tot het Klantcontactcentrum van de gemeente NV ROVA Gemeenten te wenden indien bij een verhuizing naar een perceel geen of een kapot door of namens de gemeente te verstrekken inzamelmiddel wordt aangetroffen, bij verdwijning, vermissing of beschadiging van een door of namens de gemeente te verstrekken inzamelmiddel.
De inzamelmiddelen blijven eigendom van de verstrekker en worden bij normale slijtage voor haar rekening technisch onderhouden.
De gebruiker is verantwoordelijk voor het gebruik en het onderhoud van de in bruikleen ontvangen inzamelmiddelen als ware deze zijn eigendom.
De gebruiker is verplicht de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen zodanig te gebruiken dat deze geen overlast voor derden veroorzaakt.
Afvalstoffen welke ten onrechte of op een onjuiste wijze zijn aangeboden en welke na inzameling daardoor in de container zijn achtergebleven, dienen onverwijld door de aanbieder uit de container te worden verwijderd.
Artikel 9.