Het afwegingskader van hoofdstuk 3 is van toepassing. Dat betekent onder meer dat algemeen toegankelijke voorzieningen en algemene voorzieningen in beginsel voorrang hebben op maatwerkvoorzieningen. Voor wat betreft de resultaatgebieden ‘een schoon en leefbaar huis’ en ‘het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding’ hebben we een algemene voorziening Schoonmaak, geboden door de gecontracteerde zorgaanbieders, welke voorliggend is op de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden.
Pas als voor de resultaatgebieden ‘een schoon en leefbaar huis’ en ‘het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding’ de algemene voorziening in een individueel geval niet voldoet aan deze criteria, komt cliënt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2