Naar hoofdinhoud
Als het openbaar vervoer onvoldoende bereikbaar en bruikbaar is voor mensen met beperkingen en als hij/ zij niet in staat is gangbare en gebruikelijke vervoersmiddelen zoals auto, bromfiets, scooter en fiets te gebruiken voor de verplaatsingen in de eigen woonomgeving en in de regio, kan de gemeente alternatieven aanbieden. Eerst wordt gekeken naar een collectieve vervoersvoorziening, zoals de regiotaxi. Is die niet adequaat, dan kan de gemeente een maatwerkvoorziening in natura of Pgb verstrekken Hierbij worden de volgende aspecten in kaart gebracht: Gaat het om deelname aan het leven van alledag? De Wmo vervoersvoorzieningen zijn bedoeld om te kunnen deelnemen aan het leven van alledag. Een vervoersvoorziening is gericht op het opheffen of verminderen van belemmeringen die een persoon met beperkingen bij het lokale vervoer buitenshuis ondervindt. Indien het gaat om deelname aan werk valt de vervoersvoorziening niet onder de Wmo. Wat is de vervoersbehoefte? Welke verplaatsingen zijn voor de persoon met beperkingen van belang om maatschappelijk te kunnen participeren? En hoe ver ligt deze bestemming? Aan de hand daarvan kan worden bepaald wat de vervoersbehoefte is. Wat is het verplaatsingsmotief? De voorziening is bedoeld om deel te nemen aan het leven van alledag. Bij de Wmo gaat het om maatschappelijk verkeer, het vervoer per vervoermiddel dat nodig is voor het leven van alledag. Uitgangspunt is niet de gewoonten die de cliënt heeft, maar wat de invloed van de beperkingen van de cliënt zijn op zijn eigen mogelijkheden om in zijn vervoersbehoefte te voorzien. Wat is de frequentie van vervoer? Om de vervoersbehoefte te kunnen bepalen, gaat het om de vraag: hoe vaak moet een persoon met beperkingen naar een bepaalde bestemming om maatschappelijk te kunnen participeren? Dus om deel te nemen aan het ‘leven van alle dag’ en om de sociale contacten te onderhouden? Welke vervoersvoorzieningen zijn er al en hoe adequaat zijn deze? Heeft betrokkene een auto maar is deze niet meer adequaat? Is er al een collectieve vervoersvoorziening afgegeven maar wordt hierdoor het probleem onvoldoende ondervangen? Ook de GPK zal hier in meegenomen dienen te worden. Begeleiding tijdens vervoer Om voor de aantekening ‘medische begeleiding’ op de vervoerspas in aanmerking te komen, is een indicatie door de Wmo klantmanager of externe adviseur nodig. Slechts in zeer uitzonderlijke situaties kan een begeleiderindicatie voor een vervoersvoorziening worden toegekend als: de persoon met beperkingen agressief gedrag vertoont; de persoon met beperkingen dwaalgedrag vertoont; de persoon met beperkingen afhankelijk is van medische handelingen tijdens de rit. Cliënt die geen gebruik kan maken van de regiotaxi Als een cliënt aangeeft geen gebruik te kunnen maken van de regiotaxi moet de klantmanager onderzoeken wat hiervoor de onderliggende oorzaken zijn. Dit gebeurt alleen als andere voorzieningen op medische- en/ of gedrag gerelateerde gronden niet geschikt zijn en er sprake is van geïndiceerd individueel vervoer.

Rechtspraak bij dit artikel