**1..** Inwoners en andere belanghebbenden kunnen in een vergadering inspreken over onderwerpen die zijn geagendeerd.
**2..** Het woord kan niet gevoerd worden over:
een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
**3..** Elke inwoner of andere belanghebbende die wil inspreken krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.
**4..** Een spreker voert het woord nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de leden van de commissie toestaan om een korte, verhelderende vraag te stellen. Ook de wethouder krijgt de gelegenheid om een reactie te geven. Er vindt geen discussie plaats tussen een spreker en de deelnemers aan de vergadering.
**5..** De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inwoner of belanghebbende.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2
Artikel 16
Inspreken inwoners
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2021