Naar hoofdinhoud
1.. De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt door de beheerder. 2.. Tot de begraving of bijzetting wordt pas overgegaan, als de beheerder heeft geconstateerd dat aan de vereisten uit de wet, de verordening en deze regels is voldaan. 3.. De beheerder staat in voor de identiteit van het stoffelijk overschot. Hij controleert de identiteit van het stoffelijk overschot door vergelijking van het op de kist of een ander lijkomhulsel vermelde registratienummer met dat op een bijgevoegd document dat tevens de namen, overlijdens- en geboortedatum van de overledene, dan wel de geslachtsnaam van de levenloos geborene bevat.

Rechtspraak bij dit artikel