Naar hoofdinhoud
Op dit moment bepalen reclame-uitingen in de binnensteden van Nederland sterk het beeld van de openbare ruimte. Gevelreclames, vlaggen, sandwichpanelen, luifels, rolluiken, reclamezuilen, neonverlichting, abri's en billboards: het is onrustig geworden in straten en op pleinen. En de laatste trends, het gebouwhoge steigerdoek als tijdelijke afscherming van een gebouw in verbouwing en de beachvlaggen die steeds vaker in het straatbeeld voorkomen, zullen ook wel niemand ontgaan zijn. Reclame-uitingen hebben soms een zekere culturele waarde. Kijk bijvoorbeeld maar naar Den Haag waar de Stichting Haags Industrieel Erfgoed een route heeft samengesteld langs ongeveer veertig historische muurreclames en reclamelijsten in Den Haag. In bijlage 8 treft u hierover een krantenartikel aan. Maar het kan ook te gek worden. Een beleid van "laissez-faire laissez-aller" kan leiden tot een ongewenste aantasting van de cultuurhistorische kwaliteiten van buurten en wijken. Het kan leiden tot een visueel kabaal, waarin de identiteit van waardevolle gebieden verloren gaat. In de zin van uitnodigende informatie is de opeenstapeling van reclame-uitingen in sommige winkelstraten ook helemaal niet effectief meer. Het is vaak alleen nog maar een nutteloos tegen elkaar opbieden van afzonderlijke ondernemers die met schreeuwerige mededelingen over hun bedrijf of over hun product ten onder gaan in de massa. De huidige regelgeving met betrekking tot reclame-uitingen bevordert onvoldoende de gewenste (hogere) kwaliteit van de bebouwde omgeving. De reclame overheerst te veel.

Rechtspraak bij dit artikel