De gemeente kan in verschillende situaties aansprakelijk worden gesteld. Allereerst is de gemeente verantwoordelijk voor de openbare veiligheid binnen de gemeente. Wanneer deze in gevaar komt, moet de gemeente optreden. In het kader van reclame kan hierbij dan bijvoorbeeld gedacht worden aan reclameborden die constructief niet goed zijn bevestigd, waardoor deze kunnen losraken van de gevel.
Maar bijvoorbeeld ook aan driehoeksborden die zodanig zijn geplaatst dat zij een gevaar zijn op de weg, omdat bijvoorbeeld hierdoor een kruispunt niet meer is te overzien. De gemeente moet in dit kader handhavend optreden.
Daarnaast loopt de gemeente ook vele andere keren risico. Gedurende het vergunningsverlenings- en/of handhavingsproces loopt het college meerdere keren een juridisch risico. Het risico is de uitkomst van de vermenigvuldiging van het effect dat iets met zich mee brengt met de kans dat dit zich voordoet. Navolgend zullen de volgende risico's worden besproken:
Onjuiste juridische grondslag;
Dubieuze motivering;
Onvoldoende toezicht.
Ad 1. Onjuiste juridische grondslag
Een besluit moet gebaseerd zijn op juiste juridische gronden, of het nu het verlenen of weigeren van een vergunning is of het opleggen van een last onder bestuursdwang dan wel het opleggen van een last onder dwangsom. Zo geldt bijvoorbeeld bij wijziging van de Apv-regeling, dat voor omgevingsvergunningsplichtige (zelfstandige) bouwwerken een omgevingsvergunning "bouwen" noodzakelijk is, en geen omgevingsvergunning "reclame" op grond van de Apv. Wanneer er geen sprake is van een zelfstandig bouwwerk dan is een omgevingsvergunning voor de activiteit "reclame" nodig.
Ad 2. Ondeugdelijke motivering
Een besluit moet uiteraard ook voldoen aan de voorschriften van de Awb. Zo moet een belangenafweging zijn gemaakt, maar moet het besluit ook voldoende gemotiveerd worden. Bij het ontbreken van een motivering dan wel bij een gebrekkige motivering, zal het besluit vernietigd worden. Bij het weigeren van een vergunning of bij een handhavingsbeschikking, zal uit het besluit de strijdigheid duidelijk moeten worden gemaakt.
De risico's die de gemeente loopt zijn onder andere bezwaar- en beroepsprocedures, imagoschade en aansprakelijkheid.
Ad 3. Onvoldoende toezicht
Op grond van Europese wetgeving (EVRM) en de uitspraak van de "Grote Kamer" in de zaak Oneryldiz/Turkije d.d. 30 november 2004, zijn de Staten verplicht:
in adequate normstelling op het terrein van veiligheid en frequentie van toezicht;
informatie te verschaffen over levensbedreigende gevaren;
in adequaat toezicht (in elk geval conform de opgestelde toezichtregels) op de naleving van deze normen door toezichthouders die beschikken over voldoende bevoegdheden;
in handhavend opzicht optreden indien blijkt dat veiligheidsvoorschriften niet worden nageleefd dan wel anderszins blijkt dat er sprake is van een bedreiging van personen;
overeenkomstig effectieve procedures te handelen indien het gevaar zich verwezenlijkt, die in ieder geval moeten kunnen leiden tot het verkrijgen van een compleet beeld van het gebeurde, de aanwijzing van de verantwoordelijkheden, de toekenning van schadevergoeding en bij externe nalatigheid tot strafvervolging.
Gelet op de beschikbare capaciteit die de gemeente heeft voor het houden van toezicht op de naleving van hetgeen bij of krachtens:
de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo);
de Wet ruimtelijke ordening (Wro);
Algemene plaatselijke verordening (Apv);
kan met recht gesteld worden dat de gemeente niet beschikt over een adequaat toezicht dat voldoet aan de regelgeving. Hierover wordt de gemeente ook bij iedere controle van de inspectie VROM geattendeerd, echter zonder het door de inspectie gewenste effect. De gemeente loopt dus hier een aanzienlijk risico dat bouwwerken die met name zonder omgevingsvergunning "bouwen" worden gebouwd, in afwijking van de regels van de bouwverordening en het Bouwbesluit worden gebouwd en hierdoor een gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid van de mensen.
Uit de voorjaarsnota van 2008 blijkt het voornemen om gedurende 4 jaar gerekend vanaf 2009 jaarlijks extra gelden vrij te maken, zodat in 2012 het handhavingsniveau op het gebied van op een voldoende niveau komt. Met de ieder jaar vrijkomende gelden zouden dan jaarlijks 2 fte extra in dienst kunnen worden genomen. Het voldoende niveau wordt echter ook met deze extra middelen niet geheel bereikt. Het college zal alsnog Uaarlijks) prioriteiten moeten stellen. Zo kan bijvoorbeeld handhaving op het gebied van strijdig gebruik met het bestemmingsplan beperkt blijven en dus onvoldoende. Handhaving op het gebied van reclame heeft in het verleden bij het stellen van keuzen waarop wordt gehandhaafd een lage prioriteit toegekend gekregen, alleen "illegale' reclame-uitingen in de Binnenstad heeft gelet op de " Strategische visie 2020" toen een hogere prioriteit gekregen. Indien gedurende deze vier jaar niet jaarlijks 2 fte extra in dienst worden genomen zal dit ten lasten gaan van de keuzen die zijn gemaakt waarop wordt gehandhaafd.
De risico's die de gemeente loopt zijn onder andere bezwaar- en beroepsprocedures, precedentwerking, aantasting van de openbare ruimte, aantasting van de cultuurhistorische waarde en imagoschade. De kans hierop is groot.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.6
Aansprakelijkheid
Onderdeel van Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Den Helder houdende regels omtrent reclamenota bedrijven in beeld