Naar hoofdinhoud
Lid 1: De omgevingsvergunning voor de vestiging of uitbreiding van een hybride leeromgeving op een bedrijventerrein in Eindhoven wordt geweigerd, als deze hybride leeromgeving ligt in een van de volgende gebieden: a.. PR 10-5 en PR 10-6 risicocontouren van de luchthaven Eindhoven, zoals in blauw is aangeduid op de kaart in bijlage 1 bij deze beleidsregels; b.. het gebied op bedrijventerrein De Hurk, zoals in blauw is aangeduid op de kaart in bijlage 2 bij deze beleidsregels; c.. het gebied op High Tech Campus Eindhoven (HTCE), zoals in blauw is aangeduid op de kaart in bijlage 3 bij deze beleidsregels; Lid 2: De omgevingsvergunning voor de vestiging of uitbreiding van een hybride leeromgeving op een bedrijventerrein in Eindhoven wordt geweigerd, als deze hybride leeromgeving ligt binnen een PR 10-6 risicocontour van een risicovolle activiteit. Lid 3: Als er geen sprake is van een weigeringsgrond zoals genoemd in lid 1 of lid 2 kan een omgevingsvergunning voor de vestiging of uitbreiding van een hybride leeromgeving op een bedrijventerrein in Eindhoven worden verleend, mits: a.. er overeenkomsten zijn met één of meerdere bedrijven op het betreffende bedrijventerrein waar de hybride leeromgeving zich vestigt of uitbreidt. Onder overeenkomsten wordt onder meer verstaan stage-, BBL- (Beroeps Begeleidende Leerweg) en project/prestatie/case studieovereenkomsten en samenwerkingsovereenkomsten, en; b.. er een functionele binding is tussen de hybride leeromgeving en de bedrijven op het bedrijventerrein waarmee de overeenkomsten genoemd in sub a. zijn gesloten. Deze functionele binding moet de kernactiviteit van deze bedrijven betreffen (dus geen ondersteunende functies zoals portier/receptionist/beveiliger/ kantinedienst/secretaresse); c.. als er een hybride leeromgeving is gevestigd voor de kernactiviteit van een bedrijf, mag daarnaast op diezelfde locatie een hybride leeromgeving voor ondersteunende functies van bedrijven worden gevestigd. Ook voor deze hybride leeromgeving voor ondersteunende functies van bedrijven geldt de voorwaarde genoemd in sub a.; d.. van de voorwaarde genoemd in sub a, dat er overeenkomsten moeten zijn met één of meerdere bedrijven op het betreffende bedrijventerrein, kan worden afgeweken. Dit kan onder de volgende voorwaarden: er zijn overeenkomsten met één of meerdere bedrijven welke gevestigd zijn op andere bedrijventerreinen in Eindhoven dan het bedrijventerrein waar de hybride leeromgeving zich zou willen vestigen, en; de hybride leeromgeving een functionele binding heeft met de kernactiviteiten van de bedrijven waarmee overeenkomsten zijn gesloten. Als er een hybride leeromgeving is gevestigd voor de kernactiviteit van een bedrijf, mag daarnaast op diezelfde locatie een hybride leeromgeving voor ondersteunende functies van bedrijven worden gevestigd. Ook voor deze hybride leeromgeving voor ondersteunende functies van bedrijven geldt de voorwaarde genoemd in sub a.; e.. Op de betreffende locatie in hoofdzaak (> 50% bruto vloeroppervlak van de hybride leeromgeving) sprake is van praktijklessen/ beroepsonderwijs; f.. De hybride leeromgeving niet beperkend is voor de vergunde bedrijfsvoering van (bestaande) bedrijven; g.. De toets aan de regels uit de Wet geluidhinder, Besluit geluidhinder en/of het Activiteitenbesluit positief is. Met dien verstande dat, indien theorie-, theorievak- of leslokalen in de hybride leeromgeving wenselijk zijn, deze in principe inpandig moeten worden gesitueerd. In de gevallen dat een zijde van een theorie-, theorievak- of leslokaal grenst aan de buitenlucht moet die gevel (hieronder wordt ook het dak verstaan) worden uitgevoerd als ‘dove gevel’; h.. De hybride leeromgeving moet zich op een acceptabele loopafstand van het openbaar vervoer (OV) bevinden, waarbij een maximum afstand van 500 meter geldt, en: i.. De veiligheidsregio heeft geadviseerd of er in het kader van de verantwoording van het groepsrisico maatregelen aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden ten aanzien van de aspecten bereikbaarheid, bluswatervoorzieningen, goede ontvluchting en aanvullende bouwkundige maatregelen. Deze regel is van toepassing als de hybride leeromgeving wordt gevestigd in het invloedsgebied van een risicobron.

Rechtspraak bij dit artikel