1. Dit artikel is van toepassing op organisaties die op grond van artikel 13, derde lid, van de
Algemene subsidieverordening Geldrop-Mierlo 2017 een balans dienen te overleggen. Deze
verplichting geldt voor rechtspersonen die een jaarlijkse of vierjaarlijkse subsidie ontvangen van €
5.000,-- of meer.
2. Het vormen van reserves voor specifieke doeleinden, de zogenaamde bestemmingsreserves, is
toegestaan op voorwaarde dat in de balans en de toelichting op de balans de omvang en het doel
van die reserves wordt aangegeven en wordt toegelicht. 3. Het college kan maxima stellen aan de omvang van de bestemmingsreserves.
4. Naast de in lid 2 genoemde toegestane bestemmingsreserve is de subsidieontvanger gerechtigd
een exploitatieoverschot te bestemmen tot egalisatiereserve zoals bedoeld in artikel 4:72 van de
Algemene wet bestuursrecht, tenzij het overschot ontstaat als gevolg van het niet uitgevoerd
hebben van activiteiten of het niet nakomen van voorwaarden en prestaties die zijn verbonden
aan de subsidieverstrekking.
5. De egalisatiereserve mag maximaal lSo/o van de jaarlijkse exploitatielasten bedragen, tenzij in de
beschikking tot subsidieverlening anders is bepaald. Uitgegaan wordt van de gemiddelde
exploitatielasten in de laatste 2 jaren.
6. lndien het in lid 5 genoemde maximum tot gevolg heeft dat de egalisatiereserve naar het oordeel
van het college buitensporig genoemd kan worden in verhouding tot de door de rechtspersoon uit
te voeren activiteiten, kan het college een lager percentage vaststellen. 7. Als een rechtspersoon een hogere egalisatiereserve vormt dan toegestaan dan kan dit leiden tot
een lagere subsidievaststelling of tot een intrekking of wijziging van de subsidieverlening.