Naar hoofdinhoud
1.. Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de meerderjarige echtgenoot of levenspartner, dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad van zowel de rechthebbende als een der in het graf begraven overledenen. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. 2.. Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particulier graf worden overgeschreven op naam van de meerderjarige echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad van zowel de rechthebbende als een der in het graf begraven overledenen, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende Overschrijving ten name van een ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. 3.. Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het college bevoegd het recht op het particulier graf te doen vervallen en daarmee ook het recht op het hebben van een grafbedekking. Uitzondering hierop is wanneer de grafrusttermijn van de in het graf begraven overledene(n) nog niet is verstreken. Het graf inclusief grafbedekking zal onaangeroerd blijven gedurende de grafrustperiode en er zal een bordje bij het graf worden geplaatst. De grafbedekking wordt slechts verwijderd bij risico voor schade. 4.. De nabestaanden als bedoeld in lid 1 en lid 2, worden zo nodig en zover mogelijk voor het verlopen van de in lid 2 gestelde termijn aan deze bepaling herinnerd. 5.. De in lid 1 en lid 2 genoemde overschrijving kan niet plaats vinden op naam van een natuurlijk persoon die reeds het uitsluitend recht tot begraven voor drie graven heeft.

Rechtspraak bij dit artikel