**1..** Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:
de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;
een lid hem interrumpeert.
**2..** Interrupties dienen te bestaan uit vragen zonder inleiding of korte mededelingen.
**3..** De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 16